BWBR0006743
Geldig vanaf 2015-01-01
Artikel 31
Rechtspositiebesluit burgemeesters
1. De burgemeester heeft ten laste van de gemeente aanspraak op een vergoeding van verhuiskosten bij verhuizing ingeval van:
a. benoeming in de gemeente,
b. vertrek uit de ambtswoning of vertrek uit de gemeente, binnen uiterlijk één jaar na eervol ontslag of niet-herbenoeming, indien de vertrekkende burgemeester geen aanspraak kan maken op enig andere verhuiskostenvergoeding.
2. Indien de burgemeester na benoeming nog niet over woonruimte in de gemeente beschikt, heeft hij ten laste van de gemeente aanspraak op een vergoeding van reis- en pensionkosten.
3. De burgemeester heeft tevens aanspraak op een vergoeding van verhuiskosten ten laste van de gemeente ingeval van het na benoeming betrekken van tijdelijke huisvesting.
4. Onze Minister stelt bij ministeriële regeling nadere regels over hoogte van de vergoedingen en de voorwaarden voor de aanspraak.
a. benoeming in de gemeente,
b. vertrek uit de ambtswoning of vertrek uit de gemeente, binnen uiterlijk één jaar na eervol ontslag of niet-herbenoeming, indien de vertrekkende burgemeester geen aanspraak kan maken op enig andere verhuiskostenvergoeding.
2. Indien de burgemeester na benoeming nog niet over woonruimte in de gemeente beschikt, heeft hij ten laste van de gemeente aanspraak op een vergoeding van reis- en pensionkosten.
3. De burgemeester heeft tevens aanspraak op een vergoeding van verhuiskosten ten laste van de gemeente ingeval van het na benoeming betrekken van tijdelijke huisvesting.
4. Onze Minister stelt bij ministeriële regeling nadere regels over hoogte van de vergoedingen en de voorwaarden voor de aanspraak.