BWBR0006444
Geldig vanaf 1994-02-17
Artikel 6
Regeling subsidieplafond, verdelingsregels en aanwijzing bouwjaren met betrekking tot huisvestingsvoorzieningen b.a.o. en (v.)s.o. 1994
6.1. De ten hoogste beschikbare bedragen bedoeld in artikel 72b, eerste lid onder a1° van de ISOVSOvoor het bekostigingsjaar 1996 zijn als volgt vastgesteld:
a. (vervangende) nieuwbouw van een lesgebouw/gebouw voor onderwijs in lichamelijke oefening/badgebouw f 10,0 mln (investering);
b. ingebruikneming van een lesgebouw/gebouw voor onderwijs in lichamelijke oefening/badgebouw f 5,0 mln (investering);
c. uitbreiding van een lesgebouw/gebouw voor onderwijs in lichamelijke oefening/badgebouw f 18,0 mln (investering);
d. terrein van een lesgebouw/gebouw voor onderwijs in lichamelijke oefening/badgebouw f 3,7 mln (investering);
e. partiële aanpassing f 8,0 mln (investering);
f. algehele aanpassing f 10,0 mln (investering);
g. elementen van ingrijpend onderhoud, niet zijnde uit technisch onderhoud f 1,5 mln (investering);
h. ingrijpend onderhoud van elementen die overgeheveld zijn uit technisch onderhoud f 5,9 mln (investering);
i. voor blijvend gebruik bestemde voorzieningen van scholen die gerealiseerd en gereedgemeld zijn op basis van een beschikking of die gerealiseerd worden op basis van een beschikking en waarbij de verstrekking van de bouwopdracht conform artikel IV van de Wet van 18 juni 1992 tot wijziging van de Wet op het basisonderwijs en de Interimwet op het speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs in verband met aanpassingen in de bekostigingsstelsels (Stb. 1992, 310), dan wel conform artikel 77, negende, tiende of elfde lid of artikel 78, zesde of zevende lid van de ISOVSO en voor 1 januari 1994 heeft plaatsgevonden, doch waarvan de beschikking is vervallen wegens het niet tijdig inzenden van de bouwopdracht f 25,0 mln (investering).
j. onderwijsleerpakket en meubilair f 2,0 mln (investering).
6.2. De in 6.1. genoemde bedragen zijn, voor zover artikel 11geen toepassing vindt, uitsluitend bestemd voor de aldaar genoemde voor blijvend gebruik bestemde voorzieningen.
6.3. Bij de toewijzing van voorzieningen genoemd in 6.1 wordt:
a. een voor blijvend gebruik bestemde voorziening, met uitzondering van onderwijsleerpakket en meubilair, slechts toegewezen wanneer de school vanaf 1996 ten minste 20 jaar levensvatbaar is en de voorziening bijdraagt aan een optimaal gebruik van de bestaande gebouwencapaciteit, dan wel deze bestendigt, waarbij: 1. aan voorzieningen genoemd in 6.1., onderdelen a,b,c en d, voorrang wordt gegeven, die noodzakelijk zijn voor een andere onderwijssoort dan l.o.m.-s.o., m.l.k.-s.o. en i.o.b.k. om een tekort aan ruimte/terrein op te heffen, waarbij als eerste wordt goedgekeurd de voorziening noodzakelijk voor die school die het grootste tekort aan ruimte/terrein heeft ten opzichte van de aanwezige gebouwencapaciteit/oppervlakte en waarbij bij gelijk tekort de grootste school in verhouding tot de opheffingsnorm als genoemd in artikel 104 of artikel 104a van de ISOVSO voorgaat. Daarna vindt toewijzing voor l.o.m.-s.o., m.l.k.-s.o. en i.o.b.k. plaats op overeenkomstige wijze als voor de andere onderwijssoorten;
2. voorrang wordt gegeven aan voorzieningen genoemd in 6.1. onderdeel e, gerangschikt naar prioriteit: a. partiële aanpassing als gevolg van ingebruikneming van een gebouw;
b. partiële aanpassing als gevolg van afstoten van een dislokatie;
c. creëren van een extra groepsruimte;
d. partiële aanpassing ten behoeve van de toegankelijkheid;
e. partiële aanpassing ten behoeve van de veiligheid;
f. partiële aanpassing ten behoeve van de gezondheid;
g. partiële aanpassing om van een dislokatie hoofdgebouw te maken;
h. vervangen oliestook;
i. funktieverandering als gevolg van de keuze van een ander vak;
a. partiële aanpassing als gevolg van ingebruikneming van een gebouw;
b. partiële aanpassing als gevolg van afstoten van een dislokatie;
c. creëren van een extra groepsruimte;
d. partiële aanpassing ten behoeve van de toegankelijkheid;
e. partiële aanpassing ten behoeve van de veiligheid;
f. partiële aanpassing ten behoeve van de gezondheid;
g. partiële aanpassing om van een dislokatie hoofdgebouw te maken;
h. vervangen oliestook;
i. funktieverandering als gevolg van de keuze van een ander vak;
3. aan voorzieningen genoemd in 6.1. onderdeel f (aangewezen op grond van de artikelen 17, 23 en 24.1) voorrang wordt gegeven aan het oudste gebouw, terwijl bij gelijke ouderdom het gebouw met het daarin hoogste aantal geplaatste groepen voorgaat;
4. aan voorzieningen genoemd in 6.1. onderdeel g, voorrang wordt gegeven aan vervanging van een element van ingrijpend onderhoud bij een op basis van de artikelen 18 of 20 tot en met 23 en 24.2 van deze regeling aangewezen gebouw. De toewijzing vindt plaats door als eerste het ingrijpend onderhoud goed te keuren ten behoeve van de aanvrage die per gebouwelement in de combinatie van conditie en wegingsgetal de hoogste score kent in het bouwkundig rapport, voor zover tenminste 50% van het betreffende gebouwelement in conditie 4 of hoger verkeert. En vervolgens wordt toegewezen aan de aanvrager met de daarop volgende hoogste score. Het gaat om de volgende gebouwelementen, gerangschikt naar prioriteit: gevelkozijn
hellend dak
binnenkozijnen
c.v.leidingen en radiatoren
waterleiding/sanitair
mechanische ventilatie toiletten
gemeenschapsruimten
toilet en gemeenschapsruimten;
toiletten
gemeenschapsruimten
toilet en gemeenschapsruimten;
gevelkozijn
hellend dak
binnenkozijnen
c.v.leidingen en radiatoren
waterleiding/sanitair
mechanische ventilatie toiletten
gemeenschapsruimten
toilet en gemeenschapsruimten;
toiletten
gemeenschapsruimten
toilet en gemeenschapsruimten;
5. voor voorzieningen genoemd in artikel 6.1. onderdeel h, voorrang wordt gegeven aan permanente hoofdgebouwen die voldoen aan het gestelde in de artikelen 19, 23 en 24.2 van deze regeling en die de grootste schoolomvang op lange termijn, gebaseerd op een 20-jarige prognose, kennen. Vervolgens wordt toegewezen aan de aanvrager met de daarop volgende hoogste schoolomvang.
1. aan voorzieningen genoemd in 6.1., onderdelen a,b,c en d, voorrang wordt gegeven, die noodzakelijk zijn voor een andere onderwijssoort dan l.o.m.-s.o., m.l.k.-s.o. en i.o.b.k. om een tekort aan ruimte/terrein op te heffen, waarbij als eerste wordt goedgekeurd de voorziening noodzakelijk voor die school die het grootste tekort aan ruimte/terrein heeft ten opzichte van de aanwezige gebouwencapaciteit/oppervlakte en waarbij bij gelijk tekort de grootste school in verhouding tot de opheffingsnorm als genoemd in artikel 104 of artikel 104a van de ISOVSO voorgaat. Daarna vindt toewijzing voor l.o.m.-s.o., m.l.k.-s.o. en i.o.b.k. plaats op overeenkomstige wijze als voor de andere onderwijssoorten;
2. voorrang wordt gegeven aan voorzieningen genoemd in 6.1. onderdeel e, gerangschikt naar prioriteit: a. partiële aanpassing als gevolg van ingebruikneming van een gebouw;
b. partiële aanpassing als gevolg van afstoten van een dislokatie;
c. creëren van een extra groepsruimte;
d. partiële aanpassing ten behoeve van de toegankelijkheid;
e. partiële aanpassing ten behoeve van de veiligheid;
f. partiële aanpassing ten behoeve van de gezondheid;
g. partiële aanpassing om van een dislokatie hoofdgebouw te maken;
h. vervangen oliestook;
i. funktieverandering als gevolg van de keuze van een ander vak;
a. partiële aanpassing als gevolg van ingebruikneming van een gebouw;
b. partiële aanpassing als gevolg van afstoten van een dislokatie;
c. creëren van een extra groepsruimte;
d. partiële aanpassing ten behoeve van de toegankelijkheid;
e. partiële aanpassing ten behoeve van de veiligheid;
f. partiële aanpassing ten behoeve van de gezondheid;
g. partiële aanpassing om van een dislokatie hoofdgebouw te maken;
h. vervangen oliestook;
i. funktieverandering als gevolg van de keuze van een ander vak;
3. aan voorzieningen genoemd in 6.1. onderdeel f (aangewezen op grond van de artikelen 17, 23 en 24.1) voorrang wordt gegeven aan het oudste gebouw, terwijl bij gelijke ouderdom het gebouw met het daarin hoogste aantal geplaatste groepen voorgaat;
4. aan voorzieningen genoemd in 6.1. onderdeel g, voorrang wordt gegeven aan vervanging van een element van ingrijpend onderhoud bij een op basis van de artikelen 18 of 20 tot en met 23 en 24.2 van deze regeling aangewezen gebouw. De toewijzing vindt plaats door als eerste het ingrijpend onderhoud goed te keuren ten behoeve van de aanvrage die per gebouwelement in de combinatie van conditie en wegingsgetal de hoogste score kent in het bouwkundig rapport, voor zover tenminste 50% van het betreffende gebouwelement in conditie 4 of hoger verkeert. En vervolgens wordt toegewezen aan de aanvrager met de daarop volgende hoogste score. Het gaat om de volgende gebouwelementen, gerangschikt naar prioriteit: gevelkozijn
hellend dak
binnenkozijnen
c.v.leidingen en radiatoren
waterleiding/sanitair
mechanische ventilatie toiletten
gemeenschapsruimten
toilet en gemeenschapsruimten;
toiletten
gemeenschapsruimten
toilet en gemeenschapsruimten;
gevelkozijn
hellend dak
binnenkozijnen
c.v.leidingen en radiatoren
waterleiding/sanitair
mechanische ventilatie toiletten
gemeenschapsruimten
toilet en gemeenschapsruimten;
toiletten
gemeenschapsruimten
toilet en gemeenschapsruimten;
5. voor voorzieningen genoemd in artikel 6.1. onderdeel h, voorrang wordt gegeven aan permanente hoofdgebouwen die voldoen aan het gestelde in de artikelen 19, 23 en 24.2 van deze regeling en die de grootste schoolomvang op lange termijn, gebaseerd op een 20-jarige prognose, kennen. Vervolgens wordt toegewezen aan de aanvrager met de daarop volgende hoogste schoolomvang.
b. Onderwijsleerpakket en meubilair wordt toegewezen, indien het bepaalde in artikel 14 van het Huisvestingsbesluit ISOVSO dat rechtvaardigt en tevens een voorziening uit 6.1. onderdelen a,b of c, wordt toegewezen.
6.3. Bij de toewijzing van voorzieningen genoemd in 6.1. onder I, wordt een voor blijvend gebruik bestemde voorziening slechts goedgekeurd indien de school vanaf 1996 ten minste 20 jaar levensvatbaar is. Als eerste wordt toegewezen de voorziening, die past binnen een beleid gericht op optimaal gebruik van de bestaande gebouwencapaciteit met het hoogste bedrag.
a. (vervangende) nieuwbouw van een lesgebouw/gebouw voor onderwijs in lichamelijke oefening/badgebouw f 10,0 mln (investering);
b. ingebruikneming van een lesgebouw/gebouw voor onderwijs in lichamelijke oefening/badgebouw f 5,0 mln (investering);
c. uitbreiding van een lesgebouw/gebouw voor onderwijs in lichamelijke oefening/badgebouw f 18,0 mln (investering);
d. terrein van een lesgebouw/gebouw voor onderwijs in lichamelijke oefening/badgebouw f 3,7 mln (investering);
e. partiële aanpassing f 8,0 mln (investering);
f. algehele aanpassing f 10,0 mln (investering);
g. elementen van ingrijpend onderhoud, niet zijnde uit technisch onderhoud f 1,5 mln (investering);
h. ingrijpend onderhoud van elementen die overgeheveld zijn uit technisch onderhoud f 5,9 mln (investering);
i. voor blijvend gebruik bestemde voorzieningen van scholen die gerealiseerd en gereedgemeld zijn op basis van een beschikking of die gerealiseerd worden op basis van een beschikking en waarbij de verstrekking van de bouwopdracht conform artikel IV van de Wet van 18 juni 1992 tot wijziging van de Wet op het basisonderwijs en de Interimwet op het speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs in verband met aanpassingen in de bekostigingsstelsels (Stb. 1992, 310), dan wel conform artikel 77, negende, tiende of elfde lid of artikel 78, zesde of zevende lid van de ISOVSO en voor 1 januari 1994 heeft plaatsgevonden, doch waarvan de beschikking is vervallen wegens het niet tijdig inzenden van de bouwopdracht f 25,0 mln (investering).
j. onderwijsleerpakket en meubilair f 2,0 mln (investering).
6.2. De in 6.1. genoemde bedragen zijn, voor zover artikel 11geen toepassing vindt, uitsluitend bestemd voor de aldaar genoemde voor blijvend gebruik bestemde voorzieningen.
6.3. Bij de toewijzing van voorzieningen genoemd in 6.1 wordt:
a. een voor blijvend gebruik bestemde voorziening, met uitzondering van onderwijsleerpakket en meubilair, slechts toegewezen wanneer de school vanaf 1996 ten minste 20 jaar levensvatbaar is en de voorziening bijdraagt aan een optimaal gebruik van de bestaande gebouwencapaciteit, dan wel deze bestendigt, waarbij: 1. aan voorzieningen genoemd in 6.1., onderdelen a,b,c en d, voorrang wordt gegeven, die noodzakelijk zijn voor een andere onderwijssoort dan l.o.m.-s.o., m.l.k.-s.o. en i.o.b.k. om een tekort aan ruimte/terrein op te heffen, waarbij als eerste wordt goedgekeurd de voorziening noodzakelijk voor die school die het grootste tekort aan ruimte/terrein heeft ten opzichte van de aanwezige gebouwencapaciteit/oppervlakte en waarbij bij gelijk tekort de grootste school in verhouding tot de opheffingsnorm als genoemd in artikel 104 of artikel 104a van de ISOVSO voorgaat. Daarna vindt toewijzing voor l.o.m.-s.o., m.l.k.-s.o. en i.o.b.k. plaats op overeenkomstige wijze als voor de andere onderwijssoorten;
2. voorrang wordt gegeven aan voorzieningen genoemd in 6.1. onderdeel e, gerangschikt naar prioriteit: a. partiële aanpassing als gevolg van ingebruikneming van een gebouw;
b. partiële aanpassing als gevolg van afstoten van een dislokatie;
c. creëren van een extra groepsruimte;
d. partiële aanpassing ten behoeve van de toegankelijkheid;
e. partiële aanpassing ten behoeve van de veiligheid;
f. partiële aanpassing ten behoeve van de gezondheid;
g. partiële aanpassing om van een dislokatie hoofdgebouw te maken;
h. vervangen oliestook;
i. funktieverandering als gevolg van de keuze van een ander vak;
a. partiële aanpassing als gevolg van ingebruikneming van een gebouw;
b. partiële aanpassing als gevolg van afstoten van een dislokatie;
c. creëren van een extra groepsruimte;
d. partiële aanpassing ten behoeve van de toegankelijkheid;
e. partiële aanpassing ten behoeve van de veiligheid;
f. partiële aanpassing ten behoeve van de gezondheid;
g. partiële aanpassing om van een dislokatie hoofdgebouw te maken;
h. vervangen oliestook;
i. funktieverandering als gevolg van de keuze van een ander vak;
3. aan voorzieningen genoemd in 6.1. onderdeel f (aangewezen op grond van de artikelen 17, 23 en 24.1) voorrang wordt gegeven aan het oudste gebouw, terwijl bij gelijke ouderdom het gebouw met het daarin hoogste aantal geplaatste groepen voorgaat;
4. aan voorzieningen genoemd in 6.1. onderdeel g, voorrang wordt gegeven aan vervanging van een element van ingrijpend onderhoud bij een op basis van de artikelen 18 of 20 tot en met 23 en 24.2 van deze regeling aangewezen gebouw. De toewijzing vindt plaats door als eerste het ingrijpend onderhoud goed te keuren ten behoeve van de aanvrage die per gebouwelement in de combinatie van conditie en wegingsgetal de hoogste score kent in het bouwkundig rapport, voor zover tenminste 50% van het betreffende gebouwelement in conditie 4 of hoger verkeert. En vervolgens wordt toegewezen aan de aanvrager met de daarop volgende hoogste score. Het gaat om de volgende gebouwelementen, gerangschikt naar prioriteit: gevelkozijn
hellend dak
binnenkozijnen
c.v.leidingen en radiatoren
waterleiding/sanitair
mechanische ventilatie toiletten
gemeenschapsruimten
toilet en gemeenschapsruimten;
toiletten
gemeenschapsruimten
toilet en gemeenschapsruimten;
gevelkozijn
hellend dak
binnenkozijnen
c.v.leidingen en radiatoren
waterleiding/sanitair
mechanische ventilatie toiletten
gemeenschapsruimten
toilet en gemeenschapsruimten;
toiletten
gemeenschapsruimten
toilet en gemeenschapsruimten;
5. voor voorzieningen genoemd in artikel 6.1. onderdeel h, voorrang wordt gegeven aan permanente hoofdgebouwen die voldoen aan het gestelde in de artikelen 19, 23 en 24.2 van deze regeling en die de grootste schoolomvang op lange termijn, gebaseerd op een 20-jarige prognose, kennen. Vervolgens wordt toegewezen aan de aanvrager met de daarop volgende hoogste schoolomvang.
1. aan voorzieningen genoemd in 6.1., onderdelen a,b,c en d, voorrang wordt gegeven, die noodzakelijk zijn voor een andere onderwijssoort dan l.o.m.-s.o., m.l.k.-s.o. en i.o.b.k. om een tekort aan ruimte/terrein op te heffen, waarbij als eerste wordt goedgekeurd de voorziening noodzakelijk voor die school die het grootste tekort aan ruimte/terrein heeft ten opzichte van de aanwezige gebouwencapaciteit/oppervlakte en waarbij bij gelijk tekort de grootste school in verhouding tot de opheffingsnorm als genoemd in artikel 104 of artikel 104a van de ISOVSO voorgaat. Daarna vindt toewijzing voor l.o.m.-s.o., m.l.k.-s.o. en i.o.b.k. plaats op overeenkomstige wijze als voor de andere onderwijssoorten;
2. voorrang wordt gegeven aan voorzieningen genoemd in 6.1. onderdeel e, gerangschikt naar prioriteit: a. partiële aanpassing als gevolg van ingebruikneming van een gebouw;
b. partiële aanpassing als gevolg van afstoten van een dislokatie;
c. creëren van een extra groepsruimte;
d. partiële aanpassing ten behoeve van de toegankelijkheid;
e. partiële aanpassing ten behoeve van de veiligheid;
f. partiële aanpassing ten behoeve van de gezondheid;
g. partiële aanpassing om van een dislokatie hoofdgebouw te maken;
h. vervangen oliestook;
i. funktieverandering als gevolg van de keuze van een ander vak;
a. partiële aanpassing als gevolg van ingebruikneming van een gebouw;
b. partiële aanpassing als gevolg van afstoten van een dislokatie;
c. creëren van een extra groepsruimte;
d. partiële aanpassing ten behoeve van de toegankelijkheid;
e. partiële aanpassing ten behoeve van de veiligheid;
f. partiële aanpassing ten behoeve van de gezondheid;
g. partiële aanpassing om van een dislokatie hoofdgebouw te maken;
h. vervangen oliestook;
i. funktieverandering als gevolg van de keuze van een ander vak;
3. aan voorzieningen genoemd in 6.1. onderdeel f (aangewezen op grond van de artikelen 17, 23 en 24.1) voorrang wordt gegeven aan het oudste gebouw, terwijl bij gelijke ouderdom het gebouw met het daarin hoogste aantal geplaatste groepen voorgaat;
4. aan voorzieningen genoemd in 6.1. onderdeel g, voorrang wordt gegeven aan vervanging van een element van ingrijpend onderhoud bij een op basis van de artikelen 18 of 20 tot en met 23 en 24.2 van deze regeling aangewezen gebouw. De toewijzing vindt plaats door als eerste het ingrijpend onderhoud goed te keuren ten behoeve van de aanvrage die per gebouwelement in de combinatie van conditie en wegingsgetal de hoogste score kent in het bouwkundig rapport, voor zover tenminste 50% van het betreffende gebouwelement in conditie 4 of hoger verkeert. En vervolgens wordt toegewezen aan de aanvrager met de daarop volgende hoogste score. Het gaat om de volgende gebouwelementen, gerangschikt naar prioriteit: gevelkozijn
hellend dak
binnenkozijnen
c.v.leidingen en radiatoren
waterleiding/sanitair
mechanische ventilatie toiletten
gemeenschapsruimten
toilet en gemeenschapsruimten;
toiletten
gemeenschapsruimten
toilet en gemeenschapsruimten;
gevelkozijn
hellend dak
binnenkozijnen
c.v.leidingen en radiatoren
waterleiding/sanitair
mechanische ventilatie toiletten
gemeenschapsruimten
toilet en gemeenschapsruimten;
toiletten
gemeenschapsruimten
toilet en gemeenschapsruimten;
5. voor voorzieningen genoemd in artikel 6.1. onderdeel h, voorrang wordt gegeven aan permanente hoofdgebouwen die voldoen aan het gestelde in de artikelen 19, 23 en 24.2 van deze regeling en die de grootste schoolomvang op lange termijn, gebaseerd op een 20-jarige prognose, kennen. Vervolgens wordt toegewezen aan de aanvrager met de daarop volgende hoogste schoolomvang.
b. Onderwijsleerpakket en meubilair wordt toegewezen, indien het bepaalde in artikel 14 van het Huisvestingsbesluit ISOVSO dat rechtvaardigt en tevens een voorziening uit 6.1. onderdelen a,b of c, wordt toegewezen.
6.3. Bij de toewijzing van voorzieningen genoemd in 6.1. onder I, wordt een voor blijvend gebruik bestemde voorziening slechts goedgekeurd indien de school vanaf 1996 ten minste 20 jaar levensvatbaar is. Als eerste wordt toegewezen de voorziening, die past binnen een beleid gericht op optimaal gebruik van de bestaande gebouwencapaciteit met het hoogste bedrag.