BWBR0006444
Geldig vanaf 1994-02-17
Artikel 4
Regeling subsidieplafond, verdelingsregels en aanwijzing bouwjaren met betrekking tot huisvestingsvoorzieningen b.a.o. en (v.)s.o. 1994
4.1. De ten hoogste beschikbare bedragen bedoeld in artikel 64b, eerste lid onder a2o van de WBOvoor de tussen 1 november 1994 en 1 november 1995 aangevraagde voorzieningen voor het bekostigingsjaar 1995 zijn als volgt vastgesteld:
a. voorzieningen als genoemd in 4.2. f 6,0 mln (investering);
b. noodzakelijke vervanging als bedoeld in artikel 64b, zevende lid van de WBO f 10,0 mln (investering).
4.2. Het in 4.1. onder a, genoemde bedrag is, voor zover artikel 11geen toepassing vindt, uitsluitend bestemd voor de volgende voor blijvend gebruik bestemde voorzieningen:
a. nieuwbouw,
b. ingebruikneming gebouw of gedeelte daarvan,
c. uitbreiding,
d. partiële aanpassing, alsmede
e. onderwijsleerpakket en meubilair en/of onderwijsleerpakket.
4.3. Het in 4.1. onder b. genoemde bedrag is, voor zover artikel 11geen toepassing vindt, uitsluitend bestemd voor de aldaar genoemde voor blijvend gebruik bestemde voorziening.
4.4. De voorzieningen genoemd in 4.1., die noodzakelijk zijn in 1995 worden, met uitzondering van onderwijsleerpakket en meubilair, slechts toegewezen wanneer de hoofd- of nevenvestiging vanaf 1995 ten minste 20 jaar levensvatbaar is. Daarbij wordt de volgorde van toewijzing bepaald door de volgorde van binnenkomst met dien verstande dat, voor zover het gehele of gedeeltelijke vervanging betreft, moet zijn voldaan aan de voorwaarden in artikel 64b, zevende lid, van de WBO.
4.5. Onderwijsleerpakket en meubilair en/of onderwijsleerpakket, genoemd in 4.2. onderdeel e wordt toegewezen, indien het bepaalde in artikel 14 van het Huisvestingsbesluit WBO dat voor de hoofd- of nevenvestiging rechtvaardigt en tevens een voorziening uit 4.1. onderdelen a,b of c wordt toegewezen.
a. voorzieningen als genoemd in 4.2. f 6,0 mln (investering);
b. noodzakelijke vervanging als bedoeld in artikel 64b, zevende lid van de WBO f 10,0 mln (investering).
4.2. Het in 4.1. onder a, genoemde bedrag is, voor zover artikel 11geen toepassing vindt, uitsluitend bestemd voor de volgende voor blijvend gebruik bestemde voorzieningen:
a. nieuwbouw,
b. ingebruikneming gebouw of gedeelte daarvan,
c. uitbreiding,
d. partiële aanpassing, alsmede
e. onderwijsleerpakket en meubilair en/of onderwijsleerpakket.
4.3. Het in 4.1. onder b. genoemde bedrag is, voor zover artikel 11geen toepassing vindt, uitsluitend bestemd voor de aldaar genoemde voor blijvend gebruik bestemde voorziening.
4.4. De voorzieningen genoemd in 4.1., die noodzakelijk zijn in 1995 worden, met uitzondering van onderwijsleerpakket en meubilair, slechts toegewezen wanneer de hoofd- of nevenvestiging vanaf 1995 ten minste 20 jaar levensvatbaar is. Daarbij wordt de volgorde van toewijzing bepaald door de volgorde van binnenkomst met dien verstande dat, voor zover het gehele of gedeeltelijke vervanging betreft, moet zijn voldaan aan de voorwaarden in artikel 64b, zevende lid, van de WBO.
4.5. Onderwijsleerpakket en meubilair en/of onderwijsleerpakket, genoemd in 4.2. onderdeel e wordt toegewezen, indien het bepaalde in artikel 14 van het Huisvestingsbesluit WBO dat voor de hoofd- of nevenvestiging rechtvaardigt en tevens een voorziening uit 4.1. onderdelen a,b of c wordt toegewezen.