BWBR0006444
Geldig vanaf 1994-02-17
Artikel 3
Regeling subsidieplafond, verdelingsregels en aanwijzing bouwjaren met betrekking tot huisvestingsvoorzieningen b.a.o. en (v.)s.o. 1994
3.1. De ten hoogste beschikbare bedragen voor de voorzieningen bedoeld in artikel XV, tweede lid onder c, van de Wet toerusting en bereikbaarheid voor het bekostigingsjaar 1996 zijn:
a. voor blijvend gebruik bestemde voorzieningen van basisscholen die gerealiseerd en gereedgemeld zijn op basis van een beschikking of die gerealiseerd worden op basis van een beschikking en waarbij de verstrekking van de bouwopdracht conform artikel III van de Wet van 18 juni 1992 tot wijziging van de Wet op het basisonderwijs en de Interimwet op het speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs in verband met aanpassingen in de bekostigingsstelsels (Stb. 1992, 310), dan wel conform artikel 69, negende, tiende of elfde lid of artikel 70, zesde of zevende lid van de WBO en voor 1 januari 1994 heeft plaatsgevonden, doch waarvan de beschikking is vervallen wegens het niet tijdig inzenden van de bouwopdracht f 65 mln (investering);
b. ingrijpend onderhoud van elementen die overgeheveld zijn uit technisch onderhoud f 27,1 mln (investering).
3.2. De in 3.1. genoemde bedragen zijn, voor zover artikel 11geen toepassing vindt, uitsluitend bestemd voor de aldaar genoemde voorzieningen.
3.3. Bij de toewijzing van voorzieningen genoemd in 3.1. onder a, wordt een voor blijvend gebruik bestemde voorziening slechts goedgekeurd indien de school vanaf 1996 ten minste 20 jaar levensvatbaar is. Als eerste wordt toegewezen de voorziening, die past binnen een beleid gericht op optimaal gebruik van de bestaande gebouwencapaciteit met het hoogste bedrag.
3.4. Bij de toewijzing van voorzieningen genoemd in 3.1. onder b wordt slechts toegewezen de voorziening voor permanente hoofdgebouwen, die voldoet aan het gestelde in de artikelen 16, 23en 24.2. Toewijzing vindt plaats door als eerste de voorziening goed te keuren ten behoeve van de aanvrage die de grootste schoolomvang op lange termijn, gebaseerd op een 20-jarige prognose, kent. Vervolgens wordt toegewezen aan de aanvrager met de daarop volgende hoogste schoolomvang.
a. voor blijvend gebruik bestemde voorzieningen van basisscholen die gerealiseerd en gereedgemeld zijn op basis van een beschikking of die gerealiseerd worden op basis van een beschikking en waarbij de verstrekking van de bouwopdracht conform artikel III van de Wet van 18 juni 1992 tot wijziging van de Wet op het basisonderwijs en de Interimwet op het speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs in verband met aanpassingen in de bekostigingsstelsels (Stb. 1992, 310), dan wel conform artikel 69, negende, tiende of elfde lid of artikel 70, zesde of zevende lid van de WBO en voor 1 januari 1994 heeft plaatsgevonden, doch waarvan de beschikking is vervallen wegens het niet tijdig inzenden van de bouwopdracht f 65 mln (investering);
b. ingrijpend onderhoud van elementen die overgeheveld zijn uit technisch onderhoud f 27,1 mln (investering).
3.2. De in 3.1. genoemde bedragen zijn, voor zover artikel 11geen toepassing vindt, uitsluitend bestemd voor de aldaar genoemde voorzieningen.
3.3. Bij de toewijzing van voorzieningen genoemd in 3.1. onder a, wordt een voor blijvend gebruik bestemde voorziening slechts goedgekeurd indien de school vanaf 1996 ten minste 20 jaar levensvatbaar is. Als eerste wordt toegewezen de voorziening, die past binnen een beleid gericht op optimaal gebruik van de bestaande gebouwencapaciteit met het hoogste bedrag.
3.4. Bij de toewijzing van voorzieningen genoemd in 3.1. onder b wordt slechts toegewezen de voorziening voor permanente hoofdgebouwen, die voldoet aan het gestelde in de artikelen 16, 23en 24.2. Toewijzing vindt plaats door als eerste de voorziening goed te keuren ten behoeve van de aanvrage die de grootste schoolomvang op lange termijn, gebaseerd op een 20-jarige prognose, kent. Vervolgens wordt toegewezen aan de aanvrager met de daarop volgende hoogste schoolomvang.