Artikel 1
1.1. Het ten hoogste beschikbare bedrag voor de voorzieningen bedoeld in artikel XV, tweede lid onder a, van de Wet toerusting en bereikbaarheid voor het bekostigingsjaar 1996 bedraagt: f 50 mln (investering)
1.2. Het in 1.1. genoemde bedrag is, voor zover artikel 11geen toepassing vindt, uitsluitend bestemd voor de volgende voor blijvend gebruik bestemde voorzieningen:
a. (vervangende) nieuwbouw
b. ingebruikneming
c. uitbreiding en
d. partiële aanpassing, alsmede
e. onderwijsleerpakket en meubilair en/of onderwijsleerpakket.
1.3. Bij de toewijzing van de in 1.2. vermelde voorzieningen wordt:
a. een blijvende voorziening, met uitzondering van onderwijsleerpakket en meubilair, slechts toegewezen wanneer de school vanaf 1996 ten minste 20 jaar levensvatbaar is, waarbij: 1. ten eerste voorrang wordt gegeven aan voorzieningen die deel uitmaken van een meerjarig samenstel van fusies in de gemeente van vestiging waardoor de stichtingsnorm bedoeld in artikel 56 van de WBO wordt bereikt dan wel overschreden en waardoor vaststaat dat het gebouw waarvoor de voorzieningen gevraagd worden, in gebruik blijft bij het basisonderwijs en
2. ten tweede, gelet op het zo optimaal mogelijk gebruiken van de bestaande gebouwencapaciteit, voorrang wordt gegeven aan de voorzieningen, waarvoor de uitkomst van het quotiënt van de te bereiken vermindering in bruto vloeropper vlakte en de noodzakelijke investering vermenigvuldigd met het quotiënt van het leerlingaantal van de school en de opheffingsnorm van de gemeente van vestiging zo hoog mogelijk is.
1. ten eerste voorrang wordt gegeven aan voorzieningen die deel uitmaken van een meerjarig samenstel van fusies in de gemeente van vestiging waardoor de stichtingsnorm bedoeld in artikel 56 van de WBO wordt bereikt dan wel overschreden en waardoor vaststaat dat het gebouw waarvoor de voorzieningen gevraagd worden, in gebruik blijft bij het basisonderwijs en
2. ten tweede, gelet op het zo optimaal mogelijk gebruiken van de bestaande gebouwencapaciteit, voorrang wordt gegeven aan de voorzieningen, waarvoor de uitkomst van het quotiënt van de te bereiken vermindering in bruto vloeropper vlakte en de noodzakelijke investering vermenigvuldigd met het quotiënt van het leerlingaantal van de school en de opheffingsnorm van de gemeente van vestiging zo hoog mogelijk is.
b. Onderwijsleerpakket en meubilair en/of onderwijsleerpakket wordt toegewezen, indien het bepaalde in artikel 14 van het Huisvestingsbesluit WBO dat rechtvaardigt.
1.4. Bij toepassing van 1.3. zal geen verwijzing plaatsvinden naar eventueel aanwezige leegstand bij andere schoolgebouwen, zoals dat op basis van artikel 9 van het Huisvestingsbesluit WBO mogelijk zou zijn.
1.2. Het in 1.1. genoemde bedrag is, voor zover artikel 11geen toepassing vindt, uitsluitend bestemd voor de volgende voor blijvend gebruik bestemde voorzieningen:
a. (vervangende) nieuwbouw
b. ingebruikneming
c. uitbreiding en
d. partiële aanpassing, alsmede
e. onderwijsleerpakket en meubilair en/of onderwijsleerpakket.
1.3. Bij de toewijzing van de in 1.2. vermelde voorzieningen wordt:
a. een blijvende voorziening, met uitzondering van onderwijsleerpakket en meubilair, slechts toegewezen wanneer de school vanaf 1996 ten minste 20 jaar levensvatbaar is, waarbij: 1. ten eerste voorrang wordt gegeven aan voorzieningen die deel uitmaken van een meerjarig samenstel van fusies in de gemeente van vestiging waardoor de stichtingsnorm bedoeld in artikel 56 van de WBO wordt bereikt dan wel overschreden en waardoor vaststaat dat het gebouw waarvoor de voorzieningen gevraagd worden, in gebruik blijft bij het basisonderwijs en
2. ten tweede, gelet op het zo optimaal mogelijk gebruiken van de bestaande gebouwencapaciteit, voorrang wordt gegeven aan de voorzieningen, waarvoor de uitkomst van het quotiënt van de te bereiken vermindering in bruto vloeropper vlakte en de noodzakelijke investering vermenigvuldigd met het quotiënt van het leerlingaantal van de school en de opheffingsnorm van de gemeente van vestiging zo hoog mogelijk is.
1. ten eerste voorrang wordt gegeven aan voorzieningen die deel uitmaken van een meerjarig samenstel van fusies in de gemeente van vestiging waardoor de stichtingsnorm bedoeld in artikel 56 van de WBO wordt bereikt dan wel overschreden en waardoor vaststaat dat het gebouw waarvoor de voorzieningen gevraagd worden, in gebruik blijft bij het basisonderwijs en
2. ten tweede, gelet op het zo optimaal mogelijk gebruiken van de bestaande gebouwencapaciteit, voorrang wordt gegeven aan de voorzieningen, waarvoor de uitkomst van het quotiënt van de te bereiken vermindering in bruto vloeropper vlakte en de noodzakelijke investering vermenigvuldigd met het quotiënt van het leerlingaantal van de school en de opheffingsnorm van de gemeente van vestiging zo hoog mogelijk is.
b. Onderwijsleerpakket en meubilair en/of onderwijsleerpakket wordt toegewezen, indien het bepaalde in artikel 14 van het Huisvestingsbesluit WBO dat rechtvaardigt.
1.4. Bij toepassing van 1.3. zal geen verwijzing plaatsvinden naar eventueel aanwezige leegstand bij andere schoolgebouwen, zoals dat op basis van artikel 9 van het Huisvestingsbesluit WBO mogelijk zou zijn.