BWBR0006379
Geldig vanaf 2004-12-29
Artikel 2a
Regeling vangstbeperking
1. De door de gezamenlijke Nederlandse vissers aangevoerde hoeveelheden vis worden in mindering gebracht op het desbetreffende quotum, respectievelijk het desbetreffende Gemeenschapsaandeel, bedoeld in bijlage 3, respectievelijk bijlage 4, van deze regeling, met uitzondering van de vangsten, bedoeld in artikel 9, tweede lid, van de verordening inzake vangstmogelijkheden.
2. Indien een Nederlandse visser op één dag meerdere malen een hoeveelheid van 50 kg of minder van dezelfde vissoort aanvoert, wordt de totale hoeveelheid die de visser op die dag van die vissoort aanvoert in mindering gebracht op:
a. het quotum voor de desbetreffende vissoort, bedoeld in bijlage 3, bij deze regeling, en in voorkomend geval op zijn contingent, bedoeld in artikel 1, onderdeel g, van de Regeling contingentering zeevis, of
b. het desbetreffende Gemeenschapsaandeel, bedoeld bijlage 4, bij deze regeling,
c. tenzij die totale hoeveelheid 50 kg of minder bedraagt.
2. Indien een Nederlandse visser op één dag meerdere malen een hoeveelheid van 50 kg of minder van dezelfde vissoort aanvoert, wordt de totale hoeveelheid die de visser op die dag van die vissoort aanvoert in mindering gebracht op:
a. het quotum voor de desbetreffende vissoort, bedoeld in bijlage 3, bij deze regeling, en in voorkomend geval op zijn contingent, bedoeld in artikel 1, onderdeel g, van de Regeling contingentering zeevis, of
b. het desbetreffende Gemeenschapsaandeel, bedoeld bijlage 4, bij deze regeling,
c. tenzij die totale hoeveelheid 50 kg of minder bedraagt.