BWBR0006379
Geldig vanaf 2004-12-29
Artikel 12
Regeling vangstbeperking
1. In afwijking van artikel 11, eerste en tweede lid, mogen vangsten van de in artikel 11, eerste lid, bedoelde soorten aan boord worden gehouden of worden aangevoerd indien:
a. wat betreft andere soorten dan haring en makreel, de vangsten uit verschillende soorten bestaan en overeenkomstig artikel 4 van verordening nr. 850/98 met netten met een maaswijdte van minder dan 32 mm zijn gedaan en noch aan boord, noch bij aanvoer zijn gesorteerd, en zijn gevangen overeenkomstig de artikelen 5 en 6 van de Regeling technische maatregelen 2000;
b. wat betreft haring die is gevangen in de ICES-deelgebieden III en IV, onverminderd het derde lid, de vangsten voldoen aan artikel 2, van verordening (EG) nr. 1434/98 van de Raad van de Europese Unie van 29 juni 1998 tot vaststelling van de voorwaarden waarop haring mag worden aangevoerd voor andere industriële doeleinden dan rechtstreekse menselijke consumptie (Pb EG L 191), en zijn gevangen overeenkomstig de artikelen 5 en 6 van de Regeling technische maatregelen 2000;
c. wat betreft gemengde vangsten van makreel met horsmakreel of sardines, het aandeel makreel in die vangsten niet meer bedraagt dan 10% van het totale gewicht aan makreel, horsmakreel en sardines aan boord, en de vangsten niet gesorteerd zijn. Het aandeel makreel wordt bepaald overeenkomstig artikel 9, vierde lid, van de verordening inzake vangstmogelijkheden.
2. De vangst van:
a. heek mag slechts dan aan boord worden gehouden of worden aangevoerd als de hoeveelheid heek aan boord niet meer bedraagt dan 5% van het gewicht van de totale vangst aan boord;
b. schelvis mag slechts dan aan boord worden gehouden of worden aangevoerd als de hoeveelheid schelvis aan boord niet meer bedraagt dan 50% van het gewicht van de totale vangst aan boord.
3. Het is verboden met een vissersvaartuig ongesorteerde vangsten van vis gevangen in de ICES-deelgebieden II (EG-wateren), III, en IV en de ICES-sector VIId aan te landen.
4. Het is verboden kabeljauw aan boord te houden of aan te landen indien die is vermengd met andere mariene organismen.
5. In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, is artikel 2, eerste lid, van de in dat onderdeel bedoelde verordening niet van toepassing op haring die is gevangen in ICES-deelgebied IV, de ICES-sectoren IIIa en VIId en ICES-sector IIa (EG-wateren).
a. wat betreft andere soorten dan haring en makreel, de vangsten uit verschillende soorten bestaan en overeenkomstig artikel 4 van verordening nr. 850/98 met netten met een maaswijdte van minder dan 32 mm zijn gedaan en noch aan boord, noch bij aanvoer zijn gesorteerd, en zijn gevangen overeenkomstig de artikelen 5 en 6 van de Regeling technische maatregelen 2000;
b. wat betreft haring die is gevangen in de ICES-deelgebieden III en IV, onverminderd het derde lid, de vangsten voldoen aan artikel 2, van verordening (EG) nr. 1434/98 van de Raad van de Europese Unie van 29 juni 1998 tot vaststelling van de voorwaarden waarop haring mag worden aangevoerd voor andere industriële doeleinden dan rechtstreekse menselijke consumptie (Pb EG L 191), en zijn gevangen overeenkomstig de artikelen 5 en 6 van de Regeling technische maatregelen 2000;
c. wat betreft gemengde vangsten van makreel met horsmakreel of sardines, het aandeel makreel in die vangsten niet meer bedraagt dan 10% van het totale gewicht aan makreel, horsmakreel en sardines aan boord, en de vangsten niet gesorteerd zijn. Het aandeel makreel wordt bepaald overeenkomstig artikel 9, vierde lid, van de verordening inzake vangstmogelijkheden.
2. De vangst van:
a. heek mag slechts dan aan boord worden gehouden of worden aangevoerd als de hoeveelheid heek aan boord niet meer bedraagt dan 5% van het gewicht van de totale vangst aan boord;
b. schelvis mag slechts dan aan boord worden gehouden of worden aangevoerd als de hoeveelheid schelvis aan boord niet meer bedraagt dan 50% van het gewicht van de totale vangst aan boord.
3. Het is verboden met een vissersvaartuig ongesorteerde vangsten van vis gevangen in de ICES-deelgebieden II (EG-wateren), III, en IV en de ICES-sector VIId aan te landen.
4. Het is verboden kabeljauw aan boord te houden of aan te landen indien die is vermengd met andere mariene organismen.
5. In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, is artikel 2, eerste lid, van de in dat onderdeel bedoelde verordening niet van toepassing op haring die is gevangen in ICES-deelgebied IV, de ICES-sectoren IIIa en VIId en ICES-sector IIa (EG-wateren).