Artikel 1
1. In deze regeling wordt verstaan onder:
a. minister: Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
b. deelgebied, sector of deelsector: zeegebied als omschreven in bijlage 1 bij deze regeling;
c. boomkor: vistuig dat bestaat uit één net dat is bevestigd aan en in horizontale richting wordt opgehouden door een constructie bestaande uit een boom die ten minste aan elk der uiteinden voorzien is van een slede of een slof, dan wel een soortgelijke constructie waarmee een net in horizontale richting wordt opengehouden;
d. motorvermogen: motorvermogen dat is vermeld op de visvergunning, bedoeld in artikel 1, onderdeel g, van de Regeling visvergunning;
e. visserijzone: zone als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onderdeel a, van de Visserijwet 1963;
f. verordening nr. 850/98: Verordening (EG) nr. 850/98 van de Raad van de Europese Unie van 30 maart 1998 voor de instandhouding van de visbestanden via technische maatregelen voor de bescherming van jonge exemplaren van mariene organismen (Pb EG L 125);
g. verordening inzake vangstmogelijkheden: Verordening van 19 december 2008 van de Raad van de Europese Unie tot vaststelling, voor 2009, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren van de Gemeenschap en, voor vaartuigen van de Gemeenschap, in andere wateren met vangstbeperkingen van toepassing zijn, en tot vaststelling van de bij de visserij in acht te nemen voorschriften.
2. Voor de toepassing van deze regeling vindt het aanlanden van vis plaats op het tijdstip waarop het vissersvaartuig direct of indirect verbinding met de wal heeft gekregen.
a. minister: Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
b. deelgebied, sector of deelsector: zeegebied als omschreven in bijlage 1 bij deze regeling;
c. boomkor: vistuig dat bestaat uit één net dat is bevestigd aan en in horizontale richting wordt opgehouden door een constructie bestaande uit een boom die ten minste aan elk der uiteinden voorzien is van een slede of een slof, dan wel een soortgelijke constructie waarmee een net in horizontale richting wordt opengehouden;
d. motorvermogen: motorvermogen dat is vermeld op de visvergunning, bedoeld in artikel 1, onderdeel g, van de Regeling visvergunning;
e. visserijzone: zone als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onderdeel a, van de Visserijwet 1963;
f. verordening nr. 850/98: Verordening (EG) nr. 850/98 van de Raad van de Europese Unie van 30 maart 1998 voor de instandhouding van de visbestanden via technische maatregelen voor de bescherming van jonge exemplaren van mariene organismen (Pb EG L 125);
g. verordening inzake vangstmogelijkheden: Verordening van 19 december 2008 van de Raad van de Europese Unie tot vaststelling, voor 2009, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren van de Gemeenschap en, voor vaartuigen van de Gemeenschap, in andere wateren met vangstbeperkingen van toepassing zijn, en tot vaststelling van de bij de visserij in acht te nemen voorschriften.
2. Voor de toepassing van deze regeling vindt het aanlanden van vis plaats op het tijdstip waarop het vissersvaartuig direct of indirect verbinding met de wal heeft gekregen.