BWBR0006258
Geldig vanaf 1994-02-01
Artikel 4
Besluit in-, uit- en doorvoer van radioactieve afvalstoffen
1. Degene aan wie een vergunning is verleend ten behoeve van het binnen of buiten Nederlands grondgebied brengen van radioactieve afvalstoffen draagt er zorg voor dat tijdens het vervoer van die afvalstoffen het ingevulde en van de vereiste bijlagen voorziene document aanwezig is.
2. Degene die de radioactieve afvalstoffen in Nederland in ontvangst neemt, is verplicht uiterlijk binnen 15 dagen na ontvangst daarvan mededeling te doen aan Onze Minister met gebruikmaking van het document.
3. Onze Minister zendt onverwijld een afschrift van de mededeling, bedoeld in het tweede lid, aan het bevoegd gezag van de betrokken lidstaten.
4. Degene aan wie een vergunning is verleend ten behoeve van het buiten Nederlands grondgebied brengen van radioactieve afvalstoffen naar een definitieve bestemming binnen het grondgebied van een Staat buiten de Europese Unie draagt er zorg voor:
a. dat hij van degene die deze afvalstoffen aldaar in ontvangst neemt onverwijld een bericht van ontvangst krijgt onder vermelding van het douanekantoor van binnenkomst;
b. dat hij binnen twee weken na aankomst van de radioactieve afvalstoffen op de plaats van de definitieve bestemming Onze Minister daarvan in kennis stelt onder vermelding van het douanekantoor van waar de radioactieve afvalstoffen buiten de Europese Unie zijn gebracht en onder bijvoeging van het onder a bedoelde bericht van ontvangst.
5. Onze Minister zendt degene aan wie een vergunning is verleend ten behoeve van het buiten Nederlands grondgebied brengen van radioactieve afvalstoffen naar een definitieve bestemming binnen het grondgebied van een andere lidstaat onverwijld een afschrift van het door hem ontvangen bericht van ontvangst van het bevoegd gezag van die lidstaat.
2. Degene die de radioactieve afvalstoffen in Nederland in ontvangst neemt, is verplicht uiterlijk binnen 15 dagen na ontvangst daarvan mededeling te doen aan Onze Minister met gebruikmaking van het document.
3. Onze Minister zendt onverwijld een afschrift van de mededeling, bedoeld in het tweede lid, aan het bevoegd gezag van de betrokken lidstaten.
4. Degene aan wie een vergunning is verleend ten behoeve van het buiten Nederlands grondgebied brengen van radioactieve afvalstoffen naar een definitieve bestemming binnen het grondgebied van een Staat buiten de Europese Unie draagt er zorg voor:
a. dat hij van degene die deze afvalstoffen aldaar in ontvangst neemt onverwijld een bericht van ontvangst krijgt onder vermelding van het douanekantoor van binnenkomst;
b. dat hij binnen twee weken na aankomst van de radioactieve afvalstoffen op de plaats van de definitieve bestemming Onze Minister daarvan in kennis stelt onder vermelding van het douanekantoor van waar de radioactieve afvalstoffen buiten de Europese Unie zijn gebracht en onder bijvoeging van het onder a bedoelde bericht van ontvangst.
5. Onze Minister zendt degene aan wie een vergunning is verleend ten behoeve van het buiten Nederlands grondgebied brengen van radioactieve afvalstoffen naar een definitieve bestemming binnen het grondgebied van een andere lidstaat onverwijld een afschrift van het door hem ontvangen bericht van ontvangst van het bevoegd gezag van die lidstaat.