BWBR0005562
Geldig vanaf 1992-07-17
Artikel 9
Examenbesluit m.b.o.
1. Het bevoegd gezag stelt een examenreglement vast. Het bevat in elk geval:
a. het bij ministeriële regeling en het door het bevoegd gezag vastgestelde examenprogramma,
b. de maatregelen, bedoeld in artikel 5, eerste lid,
c. de procedures rond het examen,
d. de gang van zaken tijdens het examen,
e. de regels omtrent de vaststelling van de examenresultaten en de uitslag,
f. welke examenonderdelen mede door deskundigen worden afgenomen alsmede de taak van de deskundigen, en
g. de samenstelling en het adres van de commissie van beroep.
2. Het bevoegd gezag kan het aantal malen dat een kandidaat aan een examenonderdeel kan deelnemen tot een maximum beperken, met dien verstande dat het aantal ten minste twee is. In het examenreglement kan het bevoegd gezag ook andere voorwaarden voor deelname aan het examen stellen.
3. Het bevoegd gezag stelt jaarlijks voor 1 oktober een programma van toetsing en afsluiting vast. In het programma van toetsing en afsluiting wordt in elk geval aangegeven:
a. welke examenonderdelen in de vorm van het schoolexamen worden getoetst en welke in de vorm van het centraal examen,
b. de procedure met betrekking tot de aanmelding voor deelname aan de toetsen,
c. de tijdstippen waarop dan wel de tijdvakken waarin de toetsen worden afgenomen,
d. de wijze waarop de toetsen worden afgenomen, en
e. de hulpmiddelen die mogen worden gebruikt bij het maken van de opgaven.
4. Het examenreglement en het programma van toetsing en afsluiting worden voor 1 oktober door de centrale directie toegezonden aan de inspectie en aan de gecommitteerden van de desbetreffende school, en ter inzage gelegd voor de kandidaten.
a. het bij ministeriële regeling en het door het bevoegd gezag vastgestelde examenprogramma,
b. de maatregelen, bedoeld in artikel 5, eerste lid,
c. de procedures rond het examen,
d. de gang van zaken tijdens het examen,
e. de regels omtrent de vaststelling van de examenresultaten en de uitslag,
f. welke examenonderdelen mede door deskundigen worden afgenomen alsmede de taak van de deskundigen, en
g. de samenstelling en het adres van de commissie van beroep.
2. Het bevoegd gezag kan het aantal malen dat een kandidaat aan een examenonderdeel kan deelnemen tot een maximum beperken, met dien verstande dat het aantal ten minste twee is. In het examenreglement kan het bevoegd gezag ook andere voorwaarden voor deelname aan het examen stellen.
3. Het bevoegd gezag stelt jaarlijks voor 1 oktober een programma van toetsing en afsluiting vast. In het programma van toetsing en afsluiting wordt in elk geval aangegeven:
a. welke examenonderdelen in de vorm van het schoolexamen worden getoetst en welke in de vorm van het centraal examen,
b. de procedure met betrekking tot de aanmelding voor deelname aan de toetsen,
c. de tijdstippen waarop dan wel de tijdvakken waarin de toetsen worden afgenomen,
d. de wijze waarop de toetsen worden afgenomen, en
e. de hulpmiddelen die mogen worden gebruikt bij het maken van de opgaven.
4. Het examenreglement en het programma van toetsing en afsluiting worden voor 1 oktober door de centrale directie toegezonden aan de inspectie en aan de gecommitteerden van de desbetreffende school, en ter inzage gelegd voor de kandidaten.