BWBR0005562
Geldig vanaf 1992-07-17
Artikel 7
Examenbesluit m.b.o.
1. Bij de ministeriële regeling, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de wet wordt per opleiding vastgesteld:
a. welke examenonderdelen voor het behalen van het diploma verplicht zijn, welke examenonderdelen tot de verplichte keuze examenonderdelen dan wel de vrije examenonderdelen behoren,
b. voor hoeveel examenonderdelen de kandidaat moet slagen voor het behalen van het diploma, en
c. bij welke examenonderdelen het examen in de vorm van een centraal examen zal worden afgenomen.
2. Met inachtneming van het bepaalde ingevolge het eerste lid stelt het bevoegd gezag voor elke opleiding een examenprogramma vast, waarin zijn opgenomen:
a. welke examenonderdelen voor het behalen van het diploma verplicht zijn, welke examenonderdelen tot de verplichte keuze examenonderdelen behoren en hoeveel van deze onderdelen het examen omvat, en welke examenonderdelen tot de vrije examenonderdelen behoren en hoeveel van deze onderdelen het examen omvat,
b. een omschrijving van de examenstof van de verplichte en van de verplichte keuze examenonderdelen, en
c. de wijze waarop het cijfer voor een examenonderdeel of een deel daarvan tot stand komt.
3. In afwijking van het tweede lid, wordt het examenprogramma bij ministeriële regeling vastgesteld voor zover een of meer examenonderdelen worden afgenomen in de vorm van een centraal examen. In het examenprogramma worden opgenomen:
a. een omschrijving van de examenstof van de onderscheiden examenonderdelen, en
b. de wijze waarop het cijfer voor een examenonderdeel of een deel daarvan tot stand komt.
4. De vaststelling, bedoeld in het derde lid, geschiedt, voor zover het een examenonderdeel betreft waarvoor de kwaliteitsbepaling op grond van een wettelijk voorschrift mede berust bij een andere dan Onze minister, in overeenstemming met Onze minister wie het mede aangaat.
5. Het bestuur van het landelijk orgaan stelt de examenprogramma's, bedoeld in het derde lid, op en zendt deze ter vaststelling aan Onze Minister. Indien het bestuur van het landelijk orgaan is samengesteld overeenkomstig artikel 2.38, tweede lid onderdeel b, van de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs, stelt de commissie onderwijs-bedrijfsleven de examenprogramma's op.
a. welke examenonderdelen voor het behalen van het diploma verplicht zijn, welke examenonderdelen tot de verplichte keuze examenonderdelen dan wel de vrije examenonderdelen behoren,
b. voor hoeveel examenonderdelen de kandidaat moet slagen voor het behalen van het diploma, en
c. bij welke examenonderdelen het examen in de vorm van een centraal examen zal worden afgenomen.
2. Met inachtneming van het bepaalde ingevolge het eerste lid stelt het bevoegd gezag voor elke opleiding een examenprogramma vast, waarin zijn opgenomen:
a. welke examenonderdelen voor het behalen van het diploma verplicht zijn, welke examenonderdelen tot de verplichte keuze examenonderdelen behoren en hoeveel van deze onderdelen het examen omvat, en welke examenonderdelen tot de vrije examenonderdelen behoren en hoeveel van deze onderdelen het examen omvat,
b. een omschrijving van de examenstof van de verplichte en van de verplichte keuze examenonderdelen, en
c. de wijze waarop het cijfer voor een examenonderdeel of een deel daarvan tot stand komt.
3. In afwijking van het tweede lid, wordt het examenprogramma bij ministeriële regeling vastgesteld voor zover een of meer examenonderdelen worden afgenomen in de vorm van een centraal examen. In het examenprogramma worden opgenomen:
a. een omschrijving van de examenstof van de onderscheiden examenonderdelen, en
b. de wijze waarop het cijfer voor een examenonderdeel of een deel daarvan tot stand komt.
4. De vaststelling, bedoeld in het derde lid, geschiedt, voor zover het een examenonderdeel betreft waarvoor de kwaliteitsbepaling op grond van een wettelijk voorschrift mede berust bij een andere dan Onze minister, in overeenstemming met Onze minister wie het mede aangaat.
5. Het bestuur van het landelijk orgaan stelt de examenprogramma's, bedoeld in het derde lid, op en zendt deze ter vaststelling aan Onze Minister. Indien het bestuur van het landelijk orgaan is samengesteld overeenkomstig artikel 2.38, tweede lid onderdeel b, van de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs, stelt de commissie onderwijs-bedrijfsleven de examenprogramma's op.