BWBR0005562
Geldig vanaf 1992-07-17
Artikel 5
Examenbesluit m.b.o.
1. Indien een kandidaat zich ten aanzien van enig deel van het examen aan enige onregelmatigheid schuldig maakt of heeft gemaakt, kan de centrale directie maatregelen nemen.
2. De maatregelen, bedoeld in het eerste lid, die al dan niet in combinatie met elkaar genomen kunnen worden, kunnen zijn:
a. het toekennen van het cijfer 1 voor een toets,
b. het ontzeggen van deelname of verdere deelname aan het examen bij een of meer examenonderdelen,
c. het ongeldig verklaren van een of meer toetsen van het reeds afgelegde examen, en
d. het bepalen dat het diploma, het certificaat en de cijferlijst slechts kunnen worden uitgereikt na een hernieuwd examen in de door de centrale directie aan te wijzen onderdelen. Indien het hernieuwd examen betrekking heeft op een of meer onderdelen van het centraal examen, vindt dit plaats bij de eerstvolgende gelegenheid.
3. Alvorens een beslissing ingevolge het tweede lid wordt genomen, hoort de centrale directie de kandidaat. De kandidaat kan zich door een door hem aan te wijzen meerderjarige persoon laten bijstaan. De centrale directie maakt zijn beslissing bekend aan de kandidaat, zo mogelijk mondeling en in ieder geval schriftelijk. In de schriftelijke bekendmaking wordt tevens gewezen op het bepaalde in het vierde lid. De schriftelijke bekendmaking wordt tegelijkertijd in afschrift toegezonden aan de ouders, voogden of verzorgers van de kandidaat indien deze minderjarig is, alsmede aan de inspectie.
4. De kandidaat kan tegen een beslissing van de centrale directie in beroep gaan bij de door het bevoegd gezag van de school in te stellen commissie van beroep. Van de commissie van beroep mag de centrale directie geen deel uitmaken. In overeenstemming met artikel 30avan de wet wordt het beroep binnen drie dagen nadat de beslissing aan de kandidaat is bekendgemaakt, schriftelijk ingesteld bij de commissie van beroep. De commissie stelt een onderzoek in en beslist binnen twee weken na ontvangst van het beroepsschrift tenzij zij deze termijn gemotiveerd heeft verlengd met ten hoogste twee weken. De commissie stelt bij haar beslissing zo nodig vast op welke wijze de kandidaat alsnog in de gelegenheid zal worden gesteld het examen geheel of gedeeltelijk af te leggen, onverminderd de laatste volzin van het tweede lid. De commissie maakt haar beslissing bekend aan de kandidaat, aan de ouders, voogden of verzorgers van de kandidaat indien deze minderjarig is, aan de centrale directie en aan de inspectie.
2. De maatregelen, bedoeld in het eerste lid, die al dan niet in combinatie met elkaar genomen kunnen worden, kunnen zijn:
a. het toekennen van het cijfer 1 voor een toets,
b. het ontzeggen van deelname of verdere deelname aan het examen bij een of meer examenonderdelen,
c. het ongeldig verklaren van een of meer toetsen van het reeds afgelegde examen, en
d. het bepalen dat het diploma, het certificaat en de cijferlijst slechts kunnen worden uitgereikt na een hernieuwd examen in de door de centrale directie aan te wijzen onderdelen. Indien het hernieuwd examen betrekking heeft op een of meer onderdelen van het centraal examen, vindt dit plaats bij de eerstvolgende gelegenheid.
3. Alvorens een beslissing ingevolge het tweede lid wordt genomen, hoort de centrale directie de kandidaat. De kandidaat kan zich door een door hem aan te wijzen meerderjarige persoon laten bijstaan. De centrale directie maakt zijn beslissing bekend aan de kandidaat, zo mogelijk mondeling en in ieder geval schriftelijk. In de schriftelijke bekendmaking wordt tevens gewezen op het bepaalde in het vierde lid. De schriftelijke bekendmaking wordt tegelijkertijd in afschrift toegezonden aan de ouders, voogden of verzorgers van de kandidaat indien deze minderjarig is, alsmede aan de inspectie.
4. De kandidaat kan tegen een beslissing van de centrale directie in beroep gaan bij de door het bevoegd gezag van de school in te stellen commissie van beroep. Van de commissie van beroep mag de centrale directie geen deel uitmaken. In overeenstemming met artikel 30avan de wet wordt het beroep binnen drie dagen nadat de beslissing aan de kandidaat is bekendgemaakt, schriftelijk ingesteld bij de commissie van beroep. De commissie stelt een onderzoek in en beslist binnen twee weken na ontvangst van het beroepsschrift tenzij zij deze termijn gemotiveerd heeft verlengd met ten hoogste twee weken. De commissie stelt bij haar beslissing zo nodig vast op welke wijze de kandidaat alsnog in de gelegenheid zal worden gesteld het examen geheel of gedeeltelijk af te leggen, onverminderd de laatste volzin van het tweede lid. De commissie maakt haar beslissing bekend aan de kandidaat, aan de ouders, voogden of verzorgers van de kandidaat indien deze minderjarig is, aan de centrale directie en aan de inspectie.