BWBR0005562
Geldig vanaf 1992-07-17
Artikel 20
Examenbesluit m.b.o.
1. Het eindcijfer voor elk examenonderdeel wordt uitgedrukt in een geheel cijfer uit de reeks van 1 tot en met 10.
2. De examinator stelt voor elke toets van het schoolexamen en het centraal examen het cijfer vast en voor elk examenonderdeel het eindcijfer.
3. Per examenonderdeel wordt het eindcijfer voor het schoolexamen of het centraal examen vastgesteld op basis van het in het examenprogramma daaromtrent bepaalde.
4. Bij de vaststelling van het eindcijfer wordt gebruik gemaakt van niet afgeronde cijfers en worden breuken van een half of meer naar boven afgerond en breuken van minder dan een half naar beneden.
5. Het examenresultaat van de stage wordt in afwijking van het eerste lid, uitgedrukt in "voldoende" dan wel "onvoldoende". Wanneer de stage volgens het examenprogramma deel uitmaakt van een examenonderdeel, kan voor dit examenonderdeel het eindcijfer eerst worden vastgesteld als het resultaat voor deze stage voldoende is.
2. De examinator stelt voor elke toets van het schoolexamen en het centraal examen het cijfer vast en voor elk examenonderdeel het eindcijfer.
3. Per examenonderdeel wordt het eindcijfer voor het schoolexamen of het centraal examen vastgesteld op basis van het in het examenprogramma daaromtrent bepaalde.
4. Bij de vaststelling van het eindcijfer wordt gebruik gemaakt van niet afgeronde cijfers en worden breuken van een half of meer naar boven afgerond en breuken van minder dan een half naar beneden.
5. Het examenresultaat van de stage wordt in afwijking van het eerste lid, uitgedrukt in "voldoende" dan wel "onvoldoende". Wanneer de stage volgens het examenprogramma deel uitmaakt van een examenonderdeel, kan voor dit examenonderdeel het eindcijfer eerst worden vastgesteld als het resultaat voor deze stage voldoende is.