BWBR0005562
Geldig vanaf 1992-07-17
Artikel 29
Examenbesluit m.b.o.
1. De centrale directie kan toestaan dat een lichamelijk of geestelijk gehandicapte kandidaat het examen geheel of gedeeltelijk aflegt op een wijze die is aangepast aan de mogelijkheden van die kandidaat. In dat geval bepaalt de centrale directie de wijze waarop het examen zal worden afgelegd. Hij doet hiervan zo spoedig mogelijk mededeling aan de inspectie. De wijze van afwijking is zodanig dat de eisen die bij het examen aan de kandidaat worden gesteld, zoveel mogelijk gelijk zijn aan die voor de andere kandidaten.
2. Het bevoegd gezag kan toestaan dat ten aanzien van een kandidaat die minder dan zes jaar onderwijs in Nederland heeft gevolgd en voor wie het Nederlands niet de moedertaal is, met betrekking tot het examenonderdeel Nederlandse taal of tot enig ander examenonderdeel waarbij het gebruik van de Nederlandse taal van overwegende betekenis is, wordt afgeweken van de voorschriften, gegeven bij of krachtens dit besluit. Het bevoegd gezag doet hiervan zo spoedig mogelijk mededeling aan de inspectie. Indien het het centraal examen betreft, kan de afwijking uitsluitend bestaan uit verlenging van de tijdsduur van de toetsen met ten hoogste 25% en uit toestemming een woordenboek te gebruiken. Indien het examenonderdeel Nederlandse taal een verplicht examenonderdeel is, kan het bevoegd gezag geen toepassing geven aan de eerste volzin.
2. Het bevoegd gezag kan toestaan dat ten aanzien van een kandidaat die minder dan zes jaar onderwijs in Nederland heeft gevolgd en voor wie het Nederlands niet de moedertaal is, met betrekking tot het examenonderdeel Nederlandse taal of tot enig ander examenonderdeel waarbij het gebruik van de Nederlandse taal van overwegende betekenis is, wordt afgeweken van de voorschriften, gegeven bij of krachtens dit besluit. Het bevoegd gezag doet hiervan zo spoedig mogelijk mededeling aan de inspectie. Indien het het centraal examen betreft, kan de afwijking uitsluitend bestaan uit verlenging van de tijdsduur van de toetsen met ten hoogste 25% en uit toestemming een woordenboek te gebruiken. Indien het examenonderdeel Nederlandse taal een verplicht examenonderdeel is, kan het bevoegd gezag geen toepassing geven aan de eerste volzin.