BWBR0005562
Geldig vanaf 1992-07-17
Artikel 23
Examenbesluit m.b.o.
1. De kandidaat die toetsen heeft afgelegd bij de tweede gelegenheid van het centraal examen en die niet voldoet aan de normen van slagen, heeft het recht aan het eind van het cursusjaar herkansing te vragen. Herkansing is uitsluitend mogelijk van een of meer toetsen, behorend tot slechts een van de examenonderdelen, voor zover de kandidaat daardoor alsnog het diploma kan behalen. Hij doet een schriftelijk verzoek daartoe aan de centrale directie voor een door de centrale directie te bepalen dag en tijdstip. Tijdig voor de aanvang van de herkansing stelt de centrale directie Onze minister in kennis van de aantallen kandidaten die aan de verschillende toetsen zullen deelnemen.
2. De herkansing geschiedt op een door de landelijke examencommissie te bepalen plaats met inachtneming van het door de landelijke examencommissie daaromtrent bepaalde. Het hoogste van de cijfers, behaald bij de herkansing en de eerder afgelegde toets, geldt als definitief cijfer voor de toets.
3. Indien het resultaat van de stage niet voldoende is, kan de kandidaat een maal in de gelegenheid worden gesteld tot een verlenging van de stage met ten hoogste drie maanden.
4. Na afloop van de herkansing onderscheidenlijk de verlengde stage wordt de definitieve uitslag vastgesteld met inachtneming van artikel 22.
2. De herkansing geschiedt op een door de landelijke examencommissie te bepalen plaats met inachtneming van het door de landelijke examencommissie daaromtrent bepaalde. Het hoogste van de cijfers, behaald bij de herkansing en de eerder afgelegde toets, geldt als definitief cijfer voor de toets.
3. Indien het resultaat van de stage niet voldoende is, kan de kandidaat een maal in de gelegenheid worden gesteld tot een verlenging van de stage met ten hoogste drie maanden.
4. Na afloop van de herkansing onderscheidenlijk de verlengde stage wordt de definitieve uitslag vastgesteld met inachtneming van artikel 22.