BWBR0005562
Geldig vanaf 1992-07-17
Artikel 11
Examenbesluit m.b.o.
1. Het bevoegd gezag kan een of meer niet aan de school verbonden deskundigen aanwijzen die mede het examen afnemen.
2. Voor zover de kwaliteitsbepaling op grond van een wettelijk voorschrift mede berust bij een andere dan Onze minister kan Onze minister wie het mede aangaat, voorschrijven dat het bevoegd gezag een of meer deskundigen aanwijst uit een door die minister vastgestelde lijst van deskundigen.
3. Het bevoegd gezag legt aan Onze minister en voor zover de kwaliteitsbepaling van een examenonderdeel op grond van een wettelijk voorschrift mede berust bij een andere dan Onze minister, tevens aan Onze minister wie het mede aangaat, zo spoedig ter goedkeuring voor welke deskundigen zijn aangewezen, voor welke examenonderdelen de aanwijzing geldt en de periode waarvoor de aanwijzing geldt. De goedkeuring is verkregen wanneer Onze minister dan wel Onze minister wie het mede aangaat niet binnen vier weken na ontvangst van het besluit aan het bevoegd gezag te kennen geeft dat goedkeuring is onthouden.
4. Het bevoegd gezag bepaalt, voor zover toepassing is gegeven aan het eerste lid, in hoeverre de deskundige een vergoeding ontvangt.
2. Voor zover de kwaliteitsbepaling op grond van een wettelijk voorschrift mede berust bij een andere dan Onze minister kan Onze minister wie het mede aangaat, voorschrijven dat het bevoegd gezag een of meer deskundigen aanwijst uit een door die minister vastgestelde lijst van deskundigen.
3. Het bevoegd gezag legt aan Onze minister en voor zover de kwaliteitsbepaling van een examenonderdeel op grond van een wettelijk voorschrift mede berust bij een andere dan Onze minister, tevens aan Onze minister wie het mede aangaat, zo spoedig ter goedkeuring voor welke deskundigen zijn aangewezen, voor welke examenonderdelen de aanwijzing geldt en de periode waarvoor de aanwijzing geldt. De goedkeuring is verkregen wanneer Onze minister dan wel Onze minister wie het mede aangaat niet binnen vier weken na ontvangst van het besluit aan het bevoegd gezag te kennen geeft dat goedkeuring is onthouden.
4. Het bevoegd gezag bepaalt, voor zover toepassing is gegeven aan het eerste lid, in hoeverre de deskundige een vergoeding ontvangt.