BWBR0005266
Geldig vanaf 1992-07-15
Artikel 28
Bemanningseisenbesluit
1. Voor de toelating als maritiem officier op een bevoorradingsschip of een sleepboot met een bruto-tonnage van minder dan 4000 dan wel een voortstuwingsvermogen van 3000 kW of meer, doch minder dan 8000 kW dient de bezitter van het diploma maritiem officier een diensttijd te hebben behaald van ten minste twee jaren als maritiem officier aan boord van bevoorradingsschepen of sleepboten met een voortstuwingsvermogen van 3000 kW of meer.
2. Voor de toelating als maritiem officier op een bevoorradingsschip of een sleepboot met een bruto-tonnage van minder dan 2000 en een voortstuwingsvermogen van 750 kW of meer, doch minder dan 3000 kW dient de bezitter van het diploma maritiem officier een diensttijd te hebben behaald van ten minste een jaar als maritiem officier aan boord van bevoorradingsschepen of sleepboten.
3. Voor de toelating als maritiem officier op een bevoorradingsschip of een sleepboot met een bruto-tonnage van minder dan 2000 en een voortstuwingsvermogen van minder dan 750 kW dient de bezitter van het diploma maritiem officier een diensttijd te hebben behaald van ten minste zes maanden als maritiem officier aan boord van bevoorradingsschepen of sleepboten.
2. Voor de toelating als maritiem officier op een bevoorradingsschip of een sleepboot met een bruto-tonnage van minder dan 2000 en een voortstuwingsvermogen van 750 kW of meer, doch minder dan 3000 kW dient de bezitter van het diploma maritiem officier een diensttijd te hebben behaald van ten minste een jaar als maritiem officier aan boord van bevoorradingsschepen of sleepboten.
3. Voor de toelating als maritiem officier op een bevoorradingsschip of een sleepboot met een bruto-tonnage van minder dan 2000 en een voortstuwingsvermogen van minder dan 750 kW dient de bezitter van het diploma maritiem officier een diensttijd te hebben behaald van ten minste zes maanden als maritiem officier aan boord van bevoorradingsschepen of sleepboten.