BWBR0005266
Geldig vanaf 1992-07-15
Artikel 11
Bemanningseisenbesluit
Aan boord van een vrachtschip met een bruto-tonnage van 6000 of meer, doch minder dan 9000 en een voortstuwingsvermogen van 3000 kW of meer, doch minder dan 8000 kW kan de volgende bemanning dienst doen:
a. bemanningssamenstelling I 1°. een kapitein in het bezit van het diploma als eerste stuurman voor de grote handelsvaart;
2°. een eerste stuurman in het bezit van het diploma als tweede stuurman voor de grote handelsvaart;
3°. een tweede stuurman in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 16 van het Besluit zeevaartdiploma's;
4°. een derde stuurman in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart;
5°. een eerste scheepswerktuigkundige in het bezit van het diploma B als scheepswerktuigkundige en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 17 van het Besluit zeevaartdiploma's;
6°. een tweede scheepswerktuigkundige in het bezit van het diploma A als scheepswerktuigkundige en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 18 van het Besluit zeevaartdiploma's;
7°. een derde scheepswerktuigkundige in het bezit van het diploma als motordrijver, met dien verstande dat in plaats van een derde scheepswerktuigkundige ook een scheepstechnicus dienst mag doen en
8°. drie ongediplomeerde scheepsgezellen; of
1°. een kapitein in het bezit van het diploma als eerste stuurman voor de grote handelsvaart;
2°. een eerste stuurman in het bezit van het diploma als tweede stuurman voor de grote handelsvaart;
3°. een tweede stuurman in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 16 van het Besluit zeevaartdiploma's;
4°. een derde stuurman in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart;
5°. een eerste scheepswerktuigkundige in het bezit van het diploma B als scheepswerktuigkundige en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 17 van het Besluit zeevaartdiploma's;
6°. een tweede scheepswerktuigkundige in het bezit van het diploma A als scheepswerktuigkundige en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 18 van het Besluit zeevaartdiploma's;
7°. een derde scheepswerktuigkundige in het bezit van het diploma als motordrijver, met dien verstande dat in plaats van een derde scheepswerktuigkundige ook een scheepstechnicus dienst mag doen en
8°. drie ongediplomeerde scheepsgezellen;
b. bemanningssamenstelling II 1°. een kapitein in het bezit van het diploma als eerste stuurman voor de grote handelsvaart;
2°. een eerste stuurman in het bezit van het diploma als tweede stuurman voor de grote handelsvaart;
3°. een eerste scheepswerktuigkundige in het bezit van het diploma B als scheepswerktuigkundige en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 17 van het Besluit zeevaartdiploma's;
4°. een tweede scheepswerktuigkundige in het bezit van het diploma A als scheepswerktuigkundige en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 18 van het Besluit zeevaartdiploma's;
5°. twee middelbaar maritieme officieren M, waarvan één een diensttijd heeft behaald van ten minste twee jaren als maritiem officier aan boord van vrachtschepen met een voortstuwingsvermogen van 3000 kW of meer;
6°. een scheepstechnicus en
7°. twee ongediplomeerde scheepsgezellen; of
1°. een kapitein in het bezit van het diploma als eerste stuurman voor de grote handelsvaart;
2°. een eerste stuurman in het bezit van het diploma als tweede stuurman voor de grote handelsvaart;
3°. een eerste scheepswerktuigkundige in het bezit van het diploma B als scheepswerktuigkundige en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 17 van het Besluit zeevaartdiploma's;
4°. een tweede scheepswerktuigkundige in het bezit van het diploma A als scheepswerktuigkundige en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 18 van het Besluit zeevaartdiploma's;
5°. twee middelbaar maritieme officieren M, waarvan één een diensttijd heeft behaald van ten minste twee jaren als maritiem officier aan boord van vrachtschepen met een voortstuwingsvermogen van 3000 kW of meer;
6°. een scheepstechnicus en
7°. twee ongediplomeerde scheepsgezellen;
c. bemanningssamenstelling III 1°. een kapitein in het bezit van het diploma als eerste stuurman voor de grote handelsvaart;
2°. een eerste stuurman in het bezit van het diploma als tweede stuurman voor de grote handelsvaart;
3°. een eerste scheepswerktuigkundige in het bezit van het diploma B als scheepswerktuigkundige en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 17 van het Besluit zeevaartdiploma's;
4°. een middelbaar maritiem officier A in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 22 in verband met artikel 27;
5°. twee middelbaar maritieme officieren M, waarvan één in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 22, in verband met artikel 27;
6°. een scheepstechnicus en
7°. twee ongediplomeerde scheepsgezellen; of
1°. een kapitein in het bezit van het diploma als eerste stuurman voor de grote handelsvaart;
2°. een eerste stuurman in het bezit van het diploma als tweede stuurman voor de grote handelsvaart;
3°. een eerste scheepswerktuigkundige in het bezit van het diploma B als scheepswerktuigkundige en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 17 van het Besluit zeevaartdiploma's;
4°. een middelbaar maritiem officier A in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 22 in verband met artikel 27;
5°. twee middelbaar maritieme officieren M, waarvan één in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 22, in verband met artikel 27;
6°. een scheepstechnicus en
7°. twee ongediplomeerde scheepsgezellen;
d. bemanningssamenstelling IV 1°. een kapitein, zijnde maritiem officier specialisatie werktuigkunde, dan wel specialisatie navigatie in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 22, in verband met artikel 23;
2°. een eerste officier, zijnde maritiem officier met specialisatie navigatie, dan wel met specialisatie werktuigkunde in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 22, in verband met artikel 25, met dien verstande dat de specialisatie van de eerste officier een andere dient te zijn dan de specialisatie van de kapitein;
3°. een middelbaar maritiem officier A in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 22, in verband met artikel 27;
4°. twee middelbaar maritieme officieren M, waarvan een in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 22, in verband met artikel 27;
5°. een scheepstechnicus en
6°. twee ongediplomeerde scheepsgezellen.
1°. een kapitein, zijnde maritiem officier specialisatie werktuigkunde, dan wel specialisatie navigatie in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 22, in verband met artikel 23;
2°. een eerste officier, zijnde maritiem officier met specialisatie navigatie, dan wel met specialisatie werktuigkunde in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 22, in verband met artikel 25, met dien verstande dat de specialisatie van de eerste officier een andere dient te zijn dan de specialisatie van de kapitein;
3°. een middelbaar maritiem officier A in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 22, in verband met artikel 27;
4°. twee middelbaar maritieme officieren M, waarvan een in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 22, in verband met artikel 27;
5°. een scheepstechnicus en
6°. twee ongediplomeerde scheepsgezellen.
a. bemanningssamenstelling I 1°. een kapitein in het bezit van het diploma als eerste stuurman voor de grote handelsvaart;
2°. een eerste stuurman in het bezit van het diploma als tweede stuurman voor de grote handelsvaart;
3°. een tweede stuurman in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 16 van het Besluit zeevaartdiploma's;
4°. een derde stuurman in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart;
5°. een eerste scheepswerktuigkundige in het bezit van het diploma B als scheepswerktuigkundige en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 17 van het Besluit zeevaartdiploma's;
6°. een tweede scheepswerktuigkundige in het bezit van het diploma A als scheepswerktuigkundige en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 18 van het Besluit zeevaartdiploma's;
7°. een derde scheepswerktuigkundige in het bezit van het diploma als motordrijver, met dien verstande dat in plaats van een derde scheepswerktuigkundige ook een scheepstechnicus dienst mag doen en
8°. drie ongediplomeerde scheepsgezellen; of
1°. een kapitein in het bezit van het diploma als eerste stuurman voor de grote handelsvaart;
2°. een eerste stuurman in het bezit van het diploma als tweede stuurman voor de grote handelsvaart;
3°. een tweede stuurman in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 16 van het Besluit zeevaartdiploma's;
4°. een derde stuurman in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart;
5°. een eerste scheepswerktuigkundige in het bezit van het diploma B als scheepswerktuigkundige en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 17 van het Besluit zeevaartdiploma's;
6°. een tweede scheepswerktuigkundige in het bezit van het diploma A als scheepswerktuigkundige en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 18 van het Besluit zeevaartdiploma's;
7°. een derde scheepswerktuigkundige in het bezit van het diploma als motordrijver, met dien verstande dat in plaats van een derde scheepswerktuigkundige ook een scheepstechnicus dienst mag doen en
8°. drie ongediplomeerde scheepsgezellen;
b. bemanningssamenstelling II 1°. een kapitein in het bezit van het diploma als eerste stuurman voor de grote handelsvaart;
2°. een eerste stuurman in het bezit van het diploma als tweede stuurman voor de grote handelsvaart;
3°. een eerste scheepswerktuigkundige in het bezit van het diploma B als scheepswerktuigkundige en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 17 van het Besluit zeevaartdiploma's;
4°. een tweede scheepswerktuigkundige in het bezit van het diploma A als scheepswerktuigkundige en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 18 van het Besluit zeevaartdiploma's;
5°. twee middelbaar maritieme officieren M, waarvan één een diensttijd heeft behaald van ten minste twee jaren als maritiem officier aan boord van vrachtschepen met een voortstuwingsvermogen van 3000 kW of meer;
6°. een scheepstechnicus en
7°. twee ongediplomeerde scheepsgezellen; of
1°. een kapitein in het bezit van het diploma als eerste stuurman voor de grote handelsvaart;
2°. een eerste stuurman in het bezit van het diploma als tweede stuurman voor de grote handelsvaart;
3°. een eerste scheepswerktuigkundige in het bezit van het diploma B als scheepswerktuigkundige en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 17 van het Besluit zeevaartdiploma's;
4°. een tweede scheepswerktuigkundige in het bezit van het diploma A als scheepswerktuigkundige en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 18 van het Besluit zeevaartdiploma's;
5°. twee middelbaar maritieme officieren M, waarvan één een diensttijd heeft behaald van ten minste twee jaren als maritiem officier aan boord van vrachtschepen met een voortstuwingsvermogen van 3000 kW of meer;
6°. een scheepstechnicus en
7°. twee ongediplomeerde scheepsgezellen;
c. bemanningssamenstelling III 1°. een kapitein in het bezit van het diploma als eerste stuurman voor de grote handelsvaart;
2°. een eerste stuurman in het bezit van het diploma als tweede stuurman voor de grote handelsvaart;
3°. een eerste scheepswerktuigkundige in het bezit van het diploma B als scheepswerktuigkundige en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 17 van het Besluit zeevaartdiploma's;
4°. een middelbaar maritiem officier A in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 22 in verband met artikel 27;
5°. twee middelbaar maritieme officieren M, waarvan één in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 22, in verband met artikel 27;
6°. een scheepstechnicus en
7°. twee ongediplomeerde scheepsgezellen; of
1°. een kapitein in het bezit van het diploma als eerste stuurman voor de grote handelsvaart;
2°. een eerste stuurman in het bezit van het diploma als tweede stuurman voor de grote handelsvaart;
3°. een eerste scheepswerktuigkundige in het bezit van het diploma B als scheepswerktuigkundige en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 17 van het Besluit zeevaartdiploma's;
4°. een middelbaar maritiem officier A in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 22 in verband met artikel 27;
5°. twee middelbaar maritieme officieren M, waarvan één in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 22, in verband met artikel 27;
6°. een scheepstechnicus en
7°. twee ongediplomeerde scheepsgezellen;
d. bemanningssamenstelling IV 1°. een kapitein, zijnde maritiem officier specialisatie werktuigkunde, dan wel specialisatie navigatie in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 22, in verband met artikel 23;
2°. een eerste officier, zijnde maritiem officier met specialisatie navigatie, dan wel met specialisatie werktuigkunde in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 22, in verband met artikel 25, met dien verstande dat de specialisatie van de eerste officier een andere dient te zijn dan de specialisatie van de kapitein;
3°. een middelbaar maritiem officier A in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 22, in verband met artikel 27;
4°. twee middelbaar maritieme officieren M, waarvan een in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 22, in verband met artikel 27;
5°. een scheepstechnicus en
6°. twee ongediplomeerde scheepsgezellen.
1°. een kapitein, zijnde maritiem officier specialisatie werktuigkunde, dan wel specialisatie navigatie in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 22, in verband met artikel 23;
2°. een eerste officier, zijnde maritiem officier met specialisatie navigatie, dan wel met specialisatie werktuigkunde in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 22, in verband met artikel 25, met dien verstande dat de specialisatie van de eerste officier een andere dient te zijn dan de specialisatie van de kapitein;
3°. een middelbaar maritiem officier A in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 22, in verband met artikel 27;
4°. twee middelbaar maritieme officieren M, waarvan een in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 22, in verband met artikel 27;
5°. een scheepstechnicus en
6°. twee ongediplomeerde scheepsgezellen.