BWBR0005266
Geldig vanaf 1992-07-15
Artikel 26
Bemanningseisenbesluit
1. Voor de toelating als eerste officier op een bevoorradingsschip of een sleepboot met een bruto-tonnage van minder dan 4000 dan wel een voortstuwingsvermogen van 3000 kW of meer, dient de bezitter van het diploma maritiem officier een diensttijd te hebben behaald als maritiem officier van ten minste drie jaren aan boord van bevoorradingsschepen of sleepboten met een voortstuwingsvermogen van 3000 kW of meer.
2. Voor de toelating als eerste officier op een bevoorradingsschip of een sleepboot met een bruto-tonnage van minder dan 2000 dient de bezitter van het diploma maritiem officier een diensttijd te hebben behaald van ten minste een jaar als maritiem officier aan boord van bevoorradingsschepen of sleepboten, met dien verstande dat voor toelating als eerste officier aan boord van bevoorradingsschepen of sleepboten met een voortstuwingsvermogen van minder dan 750 kW volstaan kan worden met een diensttijd van ten minste zes maanden als maritiem officier aan boord van bevoorradingsschepen of sleepboten.
3. Het bepaalde in artikel 24, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
2. Voor de toelating als eerste officier op een bevoorradingsschip of een sleepboot met een bruto-tonnage van minder dan 2000 dient de bezitter van het diploma maritiem officier een diensttijd te hebben behaald van ten minste een jaar als maritiem officier aan boord van bevoorradingsschepen of sleepboten, met dien verstande dat voor toelating als eerste officier aan boord van bevoorradingsschepen of sleepboten met een voortstuwingsvermogen van minder dan 750 kW volstaan kan worden met een diensttijd van ten minste zes maanden als maritiem officier aan boord van bevoorradingsschepen of sleepboten.
3. Het bepaalde in artikel 24, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.