BWBR0005266
Geldig vanaf 1992-07-15
Artikel 20
Bemanningseisenbesluit
Aan boord van een bevoorradingsschip of een sleepboot met een bruto-tonnage van minder dan 2000 en een voortstuwingsvermogen van minder dan 750 kW kan de volgende bemanning dienst doen:
a. bemanningssamenstelling I 1°. een kapitein in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 15 van het Besluit zeevaartdiploma's;
2°. een eerste stuurman in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 16 van het Besluit zeevaartdiploma's en
3°. drie ongediplomeerde scheepsgezellen, waarvan een scheepsgezel in het bezit van een verklaring als bedoeld in artikel 112 van het Schepenbesluit 1965; of
1°. een kapitein in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 15 van het Besluit zeevaartdiploma's;
2°. een eerste stuurman in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 16 van het Besluit zeevaartdiploma's en
3°. drie ongediplomeerde scheepsgezellen, waarvan een scheepsgezel in het bezit van een verklaring als bedoeld in artikel 112 van het Schepenbesluit 1965;
b. bemanningssamenstelling II 1°. een kapitein in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 15 van het Besluit zeevaartdiploma's;
2°. een middelbaar maritiem officier M in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 22, in verband met artikel 28 en
3°. drie ongediplomeerde scheepsgezellen; of
1°. een kapitein in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 15 van het Besluit zeevaartdiploma's;
2°. een middelbaar maritiem officier M in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 22, in verband met artikel 28 en
3°. drie ongediplomeerde scheepsgezellen;
c. bemanningssamenstelling III 1°. een kapitein, zijnde middelbaar maritiem officier M, in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 22, in verband met artikel 24;
2°. een middelbaar maritiem officier M in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 22, in verband met artikel 28 en
3°. drie ongediplomeerde scheepsgezellen.
1°. een kapitein, zijnde middelbaar maritiem officier M, in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 22, in verband met artikel 24;
2°. een middelbaar maritiem officier M in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 22, in verband met artikel 28 en
3°. drie ongediplomeerde scheepsgezellen.
a. bemanningssamenstelling I 1°. een kapitein in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 15 van het Besluit zeevaartdiploma's;
2°. een eerste stuurman in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 16 van het Besluit zeevaartdiploma's en
3°. drie ongediplomeerde scheepsgezellen, waarvan een scheepsgezel in het bezit van een verklaring als bedoeld in artikel 112 van het Schepenbesluit 1965; of
1°. een kapitein in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 15 van het Besluit zeevaartdiploma's;
2°. een eerste stuurman in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 16 van het Besluit zeevaartdiploma's en
3°. drie ongediplomeerde scheepsgezellen, waarvan een scheepsgezel in het bezit van een verklaring als bedoeld in artikel 112 van het Schepenbesluit 1965;
b. bemanningssamenstelling II 1°. een kapitein in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 15 van het Besluit zeevaartdiploma's;
2°. een middelbaar maritiem officier M in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 22, in verband met artikel 28 en
3°. drie ongediplomeerde scheepsgezellen; of
1°. een kapitein in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 15 van het Besluit zeevaartdiploma's;
2°. een middelbaar maritiem officier M in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 22, in verband met artikel 28 en
3°. drie ongediplomeerde scheepsgezellen;
c. bemanningssamenstelling III 1°. een kapitein, zijnde middelbaar maritiem officier M, in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 22, in verband met artikel 24;
2°. een middelbaar maritiem officier M in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 22, in verband met artikel 28 en
3°. drie ongediplomeerde scheepsgezellen.
1°. een kapitein, zijnde middelbaar maritiem officier M, in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 22, in verband met artikel 24;
2°. een middelbaar maritiem officier M in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 22, in verband met artikel 28 en
3°. drie ongediplomeerde scheepsgezellen.