BWBR0005266
Geldig vanaf 1992-07-15
Artikel 24
Bemanningseisenbesluit
1. Voor de toelating als kapitein op een bevoorradingsschip of een sleepboot met een bruto-tonnage van minder dan 4000 dan wel een voortstuwingsvermogen van 3000 kW of meer, dient de bezitter van het diploma maritiem officier een diensttijd te hebben behaald van ten minste vier jaren waarvan ten minste een jaar als eerste officier aan boord van bevoorradingsschepen of sleepboten met een voortstuwingsvermogen van 3000 kW of meer.
2. Voor de toelating als kapitein op een bevoorradingsschip of een sleepboot met een bruto-tonnage van minder dan 2000 en een voortstuwingsvermogen van minder dan 3000 kW dient de bezitter van het diploma maritiem officier een diensttijd te hebben behaald van ten minste drie jaren als maritiem officier dan wel van ten minste twee jaren als maritiem officier waarvan een jaar als eerste officier of enig maritiem officier aan boord van bevoorradingsschepen of sleepboten.
3. Van de in het eerste en tweede lid bedoelde diensttijd mag ten hoogste de helft behaald worden aan boord van schepen geen bevoorradingsschip of sleepboot zijnde.
2. Voor de toelating als kapitein op een bevoorradingsschip of een sleepboot met een bruto-tonnage van minder dan 2000 en een voortstuwingsvermogen van minder dan 3000 kW dient de bezitter van het diploma maritiem officier een diensttijd te hebben behaald van ten minste drie jaren als maritiem officier dan wel van ten minste twee jaren als maritiem officier waarvan een jaar als eerste officier of enig maritiem officier aan boord van bevoorradingsschepen of sleepboten.
3. Van de in het eerste en tweede lid bedoelde diensttijd mag ten hoogste de helft behaald worden aan boord van schepen geen bevoorradingsschip of sleepboot zijnde.