BWBR0005266
Geldig vanaf 1992-07-15
Artikel 23
Bemanningseisenbesluit
1. Voor de toelating als kapitein op een vrachtschip met een bruto-tonnage van 6000 of meer dient de bezitter van het diploma maritiem officier een diensttijd te hebben behaald van ten minste zes jaren waarvan ten minste een jaar als eerste officier aan boord van vrachtschepen met een voortstuwingsvermogen van 3000 kW of meer.
2. Voor de toelating als kapitein op een vrachtschip met een bruto-tonnage van 2000 of meer, doch minder dan 6000 dient de bezitter van het diploma maritiem officier een diensttijd te hebben behaald van ten minste vier jaren waarvan ten minste een jaar als eerste officier aan boord van vrachtschepen met een bruto-tonnage van 2000 of meer en een voortstuwingsvermogen van 750 kW of meer.
3. Voor de toelating als kapitein op een vrachtschip met een bruto-tonnage van minder dan 2000 dient de bezitter van het diploma maritiem officier een diensttijd te hebben behaald van ten minste drie jaren als maritiem officier dan wel van ten minste twee jaren als maritiem officier, waarvan een jaar als eerste officier of als enig maritiem officier.
2. Voor de toelating als kapitein op een vrachtschip met een bruto-tonnage van 2000 of meer, doch minder dan 6000 dient de bezitter van het diploma maritiem officier een diensttijd te hebben behaald van ten minste vier jaren waarvan ten minste een jaar als eerste officier aan boord van vrachtschepen met een bruto-tonnage van 2000 of meer en een voortstuwingsvermogen van 750 kW of meer.
3. Voor de toelating als kapitein op een vrachtschip met een bruto-tonnage van minder dan 2000 dient de bezitter van het diploma maritiem officier een diensttijd te hebben behaald van ten minste drie jaren als maritiem officier dan wel van ten minste twee jaren als maritiem officier, waarvan een jaar als eerste officier of als enig maritiem officier.