BWBR0004256
Geldig vanaf 1988-01-01
Artikel 9
Tijdelijke subsidieregeling jeugdhulpverlening
1. Vóór 1 april van het jaar volgend op dat waarvoor een subsidie is toegezegd, zendt de uitvoerder aan de minister een jaarrekening en een verslag van de werkzaamheden over het voorafgaande jaar in volgens een door de minister vast te stellen model
2. Onder jaarrekening worden verstaan de balans en de exploitatierekening, alsmede de toelichting op deze stukken.
3. De balans met de toelichting geeft getrouw, duidelijk en stelselmatig de grootte van het vermogen en zijn samenstelling in actief- en passiefposten op het einde van het boekjaar weer. De historische aanschafprijzen van onroerende goederen en overige duurzame goederen, alsmede de kosten van verbouwing van deze goederen worden in de toelichting op de balans opgenomen. De afschrijvingen, bestemmingsgiften en ontvangen subsidies met betrekking tot deze posten komen in de toelichting op de balans tot uitdrukking. Jaarlijks wordt voor groot onderhoud niet meer gereserveerd dan 3% van het subsidie van het desbetreffende jaar. De reserve groot onderhoud gaat een maximum van 15% van het subsidie van het desbetreffende jaar niet te boven. Subsidie-overschotten worden als risicoreserve in de balans opgenomen.
4. De exploitatierekening met de toelichting geeft getrouw, duidelijk en stelselmatig de grootte van het resultaat van het boekjaar en zijn afleiding uit de posten van baten en lasten weer. Op onroerende goederen, verbouwing, inventarisgoederen en overige duurzame activa met een historische aanschaffingsprijs van meer dan duizend gulden wordt afgeschreven volgens de lineaire methode. De afschrijving is gebaseerd op de historische aanschaffingsprijs, nadat daarop ontvangen bestemmingsgiften en investeringssubsidies in mindering zijn gebracht. De afschrijving wordt voor onroerende goederen gespreid over veertig jaren, voor verbouwingen en overige duurzame activa over tien jaren en voor inventarisgoederen en vervoermiddelen over vijf jaren.
5. Bij de samenstelling van de jaarrekening wordt een bestendige gedragslijn gevolgd. De jaarrekening sluit aan op de ingediende begroting. Bij iedere post van de jaarrekening wordt zoveel mogelijk het bedrag van het voorafgaande boekjaar vermeld. In de toelichting worden de waarderingsgrondslagen van actief- en passiefposten vermeld. De jaarrekening bevat tevens bezettings- en plaatsingsgegevens.
2. Onder jaarrekening worden verstaan de balans en de exploitatierekening, alsmede de toelichting op deze stukken.
3. De balans met de toelichting geeft getrouw, duidelijk en stelselmatig de grootte van het vermogen en zijn samenstelling in actief- en passiefposten op het einde van het boekjaar weer. De historische aanschafprijzen van onroerende goederen en overige duurzame goederen, alsmede de kosten van verbouwing van deze goederen worden in de toelichting op de balans opgenomen. De afschrijvingen, bestemmingsgiften en ontvangen subsidies met betrekking tot deze posten komen in de toelichting op de balans tot uitdrukking. Jaarlijks wordt voor groot onderhoud niet meer gereserveerd dan 3% van het subsidie van het desbetreffende jaar. De reserve groot onderhoud gaat een maximum van 15% van het subsidie van het desbetreffende jaar niet te boven. Subsidie-overschotten worden als risicoreserve in de balans opgenomen.
4. De exploitatierekening met de toelichting geeft getrouw, duidelijk en stelselmatig de grootte van het resultaat van het boekjaar en zijn afleiding uit de posten van baten en lasten weer. Op onroerende goederen, verbouwing, inventarisgoederen en overige duurzame activa met een historische aanschaffingsprijs van meer dan duizend gulden wordt afgeschreven volgens de lineaire methode. De afschrijving is gebaseerd op de historische aanschaffingsprijs, nadat daarop ontvangen bestemmingsgiften en investeringssubsidies in mindering zijn gebracht. De afschrijving wordt voor onroerende goederen gespreid over veertig jaren, voor verbouwingen en overige duurzame activa over tien jaren en voor inventarisgoederen en vervoermiddelen over vijf jaren.
5. Bij de samenstelling van de jaarrekening wordt een bestendige gedragslijn gevolgd. De jaarrekening sluit aan op de ingediende begroting. Bij iedere post van de jaarrekening wordt zoveel mogelijk het bedrag van het voorafgaande boekjaar vermeld. In de toelichting worden de waarderingsgrondslagen van actief- en passiefposten vermeld. De jaarrekening bevat tevens bezettings- en plaatsingsgegevens.