BWBR0004256
Geldig vanaf 1988-01-01
Artikel 6
Tijdelijke subsidieregeling jeugdhulpverlening
1. Het subsidie wordt vóór 1 oktober van het jaar voorafgaande aan het jaar, waarop de aanvrage betrekking heeft, door de uitvoerder bij de minister aangevraagd door indiening van een begroting van baten en lasten met toelichting en een beleidsplan volgens een door de minister vast te stellen model.
2. De begroting geeft inzicht in aard, omvang, baten en lasten van de voorziening en van de totale baten en lasten van de uitvoerder. Zij is gebaseerd op de beslissing, bedoeld in artikel 7, met betrekking tot het lopende kalenderjaar, waarbij rekening wordt gehouden met de door de minister aangekondigde algemene of specifieke beleidswijzigingen.
3. Het beleidsplan geeft inzicht in de activiteiten die de voorziening in het desbetreffende jaar voornemens is te verrichten en bevat een globale beschrijving van de te hanteren werkwijze.
4. Indien voor een voorziening voor de eerste maal subsidie wordt aangevraagd dient de uitvoerder, onverminderd het bepaalde in het eerste lid, vóór 1 april van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft bij de minister in:
a. een gewaarmerkt afschrift van de oprichtingsakte of de statuten;
b. een bewijs van inschrijving van de uitvoerder in het desbetreffende openbare register van de Kamer van Koophandel;
c. een volledig overzicht van de financiële toestand van de aanvrager.
5. Wijzigingen in de in het vierde lid, onder a en b, bedoelde gegevens worden terstond aan de minister overgelegd.
2. De begroting geeft inzicht in aard, omvang, baten en lasten van de voorziening en van de totale baten en lasten van de uitvoerder. Zij is gebaseerd op de beslissing, bedoeld in artikel 7, met betrekking tot het lopende kalenderjaar, waarbij rekening wordt gehouden met de door de minister aangekondigde algemene of specifieke beleidswijzigingen.
3. Het beleidsplan geeft inzicht in de activiteiten die de voorziening in het desbetreffende jaar voornemens is te verrichten en bevat een globale beschrijving van de te hanteren werkwijze.
4. Indien voor een voorziening voor de eerste maal subsidie wordt aangevraagd dient de uitvoerder, onverminderd het bepaalde in het eerste lid, vóór 1 april van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft bij de minister in:
a. een gewaarmerkt afschrift van de oprichtingsakte of de statuten;
b. een bewijs van inschrijving van de uitvoerder in het desbetreffende openbare register van de Kamer van Koophandel;
c. een volledig overzicht van de financiële toestand van de aanvrager.
5. Wijzigingen in de in het vierde lid, onder a en b, bedoelde gegevens worden terstond aan de minister overgelegd.