BWBR0004149
Geldig vanaf 2000-06-21
Artikel 16
Mediawet
1. De Nederlandse Omroep Stichting is het samenwerkings- en coördinatieorgaan van de landelijke omroep.
2. Naast andere taken die de Stichting heeft op grond van deze wet, is zij belast met:
a. het bevorderen van samenwerking en coördinatie binnen de landelijke omroep met het oog op de uitvoering van de publieke omroeptaak, bedoeld in artikel 13c;
b. de coördinatie, op en tussen de verschillende programmanetten, van de programma’s van de instellingen die zendtijd hebben verkregen voor landelijke omroep;
c. het verzorgen van een programma;
d. het iedere zes maanden maken van verslagen, waarin de uitgezonden programma-onderdelen van de Stichting, de Programmastichting en de omroepverenigingen zowel per afzonderlijke omroepinstelling, per televisie-, onderscheidenlijk radioprogrammanet, als voor de genoemde omroepinstellingen gezamenlijk worden opgesomd en ingedeeld overeenkomstig de omschrijvingen, bedoeld in de artikelen 40, tweede en vierde lid, 50, eerste tot en met derde lid, 51, eerste lid, 51b, tweede en derde lid, 51d, tweede lid, 54, eerste tot en met vierde lid, en 54a, eerste en derde lid.
e. de vertegenwoordiging, na overleg met Onze Minister, van de instellingen die zendtijd voor landelijke omroep hebben verkregen en de Wereldomroep als geheel, in internationale organisaties op het gebied van radio- en televisieprogramma’s en het uitzenden daarvan, alsmede de medewerking aan de oprichting van zodanige organisaties;
f. het, na toestemming van Onze Minister, meewerken aan een Europees televisieprogramma, dat mede op het Nederlandse publiek is gericht, in samenwerking met buitenlandse omroepinstellingen;
g. het ter beschikking stellen van programma’s aan het buitenland;
h. het behartigen van aangelegenheden die van gemeenschappelijk belang zijn voor de instellingen die zendtijd hebben verkregen voor landelijke omroep;
i. het indelen van de zendtijd van de instellingen die zendtijd hebben verkregen voor landelijke omroep;
j. het opstellen van een begroting als bedoeld in artikel 99;
k. het in samenwerking met de Wereldomroep binnen de grenzen van de de begroting waarmee Onze Minister heeft ingestemd sluiten van collectieve arbeidsovereenkomsten, mede in naam van de instellingen die zendtijd hebben verkregen voor landelijke omroep, met uitzondering van politieke partijen;
l. het in samenwerking met de Wereldomroep vaststellen van normen voor de honorering van losse medewerkers, mede in naam van de instellingen die zendtijd hebben verkregen voor landelijke omroep, met uitzondering van politieke partijen;
m. de bekostiging van de instellingen die zendtijd hebben verkregen voor landelijke omroep, waaronder het bevorderen van een doelmatige inzet van de door Onze Minister beschikbaar gestelde bedragen, bedoeld in artikel 101, eerste lid;
n. het inrichten, instandhouden, beheren en het regelen van het gebruik van organen, diensten en hulpmiddelen, die nodig zijn voor een goede uitvoering van de onder a tot en met m genoemde taken, voor zover dit niet behoort tot de in artikel 83 bedoelde taak van het Bedrijf.
3. De verslagen, bedoeld in het tweede lid, onderdeel d, worden gezonden aan het Commissariaat voor de Media.
4. De Stichting is bevoegd om binnen het kader van haar taak, bedoeld in het tweede lid, onderdeel h, in naam van de gezamenlijke instellingen die zendtijd hebben verkregen voor landelijke omroep, overeenkomsten met derden aan te gaan.
5. In het kader van haar taak, bedoeld in het tweede lid, onderdeel h, draagt de Stichting zorg voor de totstandkoming van een gedragscode ter bevordering van goed bestuur en integriteit ten behoeve van de instellingen die zendtijd hebben verkregen voor landelijke omroep. Een gedragscode als bedoeld in de eerste volzin heeft in elk geval betrekking op:
a. aanbevelingen terzake van bestuurlijke organisatie, waaronder beloningen en toezicht;
b. gedragsregels terzake van integer handelen;
c. gedragsregels terzake van publieke en transparante verantwoording en verslaglegging;
d. procedures voor de behandeling van meldingen en vermoedens over mogelijke misstanden; en
e. toezicht en naleving van de gedragscodes.
2. Naast andere taken die de Stichting heeft op grond van deze wet, is zij belast met:
a. het bevorderen van samenwerking en coördinatie binnen de landelijke omroep met het oog op de uitvoering van de publieke omroeptaak, bedoeld in artikel 13c;
b. de coördinatie, op en tussen de verschillende programmanetten, van de programma’s van de instellingen die zendtijd hebben verkregen voor landelijke omroep;
c. het verzorgen van een programma;
d. het iedere zes maanden maken van verslagen, waarin de uitgezonden programma-onderdelen van de Stichting, de Programmastichting en de omroepverenigingen zowel per afzonderlijke omroepinstelling, per televisie-, onderscheidenlijk radioprogrammanet, als voor de genoemde omroepinstellingen gezamenlijk worden opgesomd en ingedeeld overeenkomstig de omschrijvingen, bedoeld in de artikelen 40, tweede en vierde lid, 50, eerste tot en met derde lid, 51, eerste lid, 51b, tweede en derde lid, 51d, tweede lid, 54, eerste tot en met vierde lid, en 54a, eerste en derde lid.
e. de vertegenwoordiging, na overleg met Onze Minister, van de instellingen die zendtijd voor landelijke omroep hebben verkregen en de Wereldomroep als geheel, in internationale organisaties op het gebied van radio- en televisieprogramma’s en het uitzenden daarvan, alsmede de medewerking aan de oprichting van zodanige organisaties;
f. het, na toestemming van Onze Minister, meewerken aan een Europees televisieprogramma, dat mede op het Nederlandse publiek is gericht, in samenwerking met buitenlandse omroepinstellingen;
g. het ter beschikking stellen van programma’s aan het buitenland;
h. het behartigen van aangelegenheden die van gemeenschappelijk belang zijn voor de instellingen die zendtijd hebben verkregen voor landelijke omroep;
i. het indelen van de zendtijd van de instellingen die zendtijd hebben verkregen voor landelijke omroep;
j. het opstellen van een begroting als bedoeld in artikel 99;
k. het in samenwerking met de Wereldomroep binnen de grenzen van de de begroting waarmee Onze Minister heeft ingestemd sluiten van collectieve arbeidsovereenkomsten, mede in naam van de instellingen die zendtijd hebben verkregen voor landelijke omroep, met uitzondering van politieke partijen;
l. het in samenwerking met de Wereldomroep vaststellen van normen voor de honorering van losse medewerkers, mede in naam van de instellingen die zendtijd hebben verkregen voor landelijke omroep, met uitzondering van politieke partijen;
m. de bekostiging van de instellingen die zendtijd hebben verkregen voor landelijke omroep, waaronder het bevorderen van een doelmatige inzet van de door Onze Minister beschikbaar gestelde bedragen, bedoeld in artikel 101, eerste lid;
n. het inrichten, instandhouden, beheren en het regelen van het gebruik van organen, diensten en hulpmiddelen, die nodig zijn voor een goede uitvoering van de onder a tot en met m genoemde taken, voor zover dit niet behoort tot de in artikel 83 bedoelde taak van het Bedrijf.
3. De verslagen, bedoeld in het tweede lid, onderdeel d, worden gezonden aan het Commissariaat voor de Media.
4. De Stichting is bevoegd om binnen het kader van haar taak, bedoeld in het tweede lid, onderdeel h, in naam van de gezamenlijke instellingen die zendtijd hebben verkregen voor landelijke omroep, overeenkomsten met derden aan te gaan.
5. In het kader van haar taak, bedoeld in het tweede lid, onderdeel h, draagt de Stichting zorg voor de totstandkoming van een gedragscode ter bevordering van goed bestuur en integriteit ten behoeve van de instellingen die zendtijd hebben verkregen voor landelijke omroep. Een gedragscode als bedoeld in de eerste volzin heeft in elk geval betrekking op:
a. aanbevelingen terzake van bestuurlijke organisatie, waaronder beloningen en toezicht;
b. gedragsregels terzake van integer handelen;
c. gedragsregels terzake van publieke en transparante verantwoording en verslaglegging;
d. procedures voor de behandeling van meldingen en vermoedens over mogelijke misstanden; en
e. toezicht en naleving van de gedragscodes.