1. Een kennisgeving als bedoeld in
artikel 3 van de wetwordt bij het bureau ingediend.
2. De gegevens die bij een zodanige kennisgeving worden overgelegd, worden op schriftelijke of elektronische wijze verstrekt.
3. Indien de gegevens, bedoeld in het tweede lid, schriftelijk worden verstrekt:
a. wordt gebruik gemaakt van het formulier getiteld 'samenvatting van de kenninsgeving van een nieuwe chemische stof', dat bij het bureau verkrijgbaar is;
b. wordt het in onderdeel a bedoelde formulier in de Nederlandse taal in vijfvoud en in de Engelse taal in tweevoud ingediend en
c. wordt, indien van toepassing, een tweede tekst als bedoeld in artikel 56, vierde lid, van de wet, in de Nederlandse taal in tweevoud ingediend.
4. Indien de gegevens bedoeld in het tweede lid, elektronisch worden verstrekt:
a. wordt gebruik gemaakt van het software-programma 'kennisgeving nieuwe stoffen', dat bij het bureau verkrijgbaar is;
b. wordt ten minste één bestand overgelegd, waarin alle bij de kennisgeving over te leggen gegevens in de Engelse taal zijn weergegeven;
c. wordt, indien van toepassing, een bestand overgelegd, waarin een in de Engelse taal gestelde tweede tekst als bedoeld in artikel 56, vierde lid, van de wet, is opgenomen;
d. wordt een door de kennisgever ondertekende uitdraai van de in de onderdelen b en c bedoelde bestanden verstrekt.