BWBR0003846
Geldig vanaf 1985-10-15
Artikel 47
Besluit nadere regelen betreffende de stemming Landinrichtingswet
1. Van onwaarde zijn andere stembiljetten dan die, welke volgens dit besluit en de tot nadere uitvoering hiervan gegeven voorschriften mogen worden gebruikt.
2. Voorts zijn van onwaarde de stembiljetten:
a. waarop in geen stemvak de witte stip is rood gemaakt;
b. waarop in beide stemvakken de witte stip is rood gemaakt;
c. waarop de stemgerechtigde zijn stem heeft uitgebracht anders dan met rood potlood;
d. waarop bijvoegingen geplaatst zijn of die een aanduiding door de stemgerechtigden bevatten;
e. die, welke niet voorzien zijn van het voorgeschreven stempel.
3. Onder bijvoegingen worden niet begrepen punten, strepen, vlakken, nagelindrukken, vouwen, scheuren, gaten en vlekken.
4. Het ten dele rood maken van de witte stip in het stemvak wordt met het rood maken ervan gelijkgesteld, indien dit naar het oordeel van het hoofdstembureau kennelijk met de bedoeling van de stemgerechtigde overeenstemt; het wordt geacht niet te zijn geschied, indien zulks naar het oordeel van het hoofdstembureau kennelijk niet het geval is.
2. Voorts zijn van onwaarde de stembiljetten:
a. waarop in geen stemvak de witte stip is rood gemaakt;
b. waarop in beide stemvakken de witte stip is rood gemaakt;
c. waarop de stemgerechtigde zijn stem heeft uitgebracht anders dan met rood potlood;
d. waarop bijvoegingen geplaatst zijn of die een aanduiding door de stemgerechtigden bevatten;
e. die, welke niet voorzien zijn van het voorgeschreven stempel.
3. Onder bijvoegingen worden niet begrepen punten, strepen, vlakken, nagelindrukken, vouwen, scheuren, gaten en vlekken.
4. Het ten dele rood maken van de witte stip in het stemvak wordt met het rood maken ervan gelijkgesteld, indien dit naar het oordeel van het hoofdstembureau kennelijk met de bedoeling van de stemgerechtigde overeenstemt; het wordt geacht niet te zijn geschied, indien zulks naar het oordeel van het hoofdstembureau kennelijk niet het geval is.