BWBR0003846
Geldig vanaf 1985-10-15
Artikel 20
Besluit nadere regelen betreffende de stemming Landinrichtingswet
1. Buiten de ruimte, voor het publiek bestemd, zijn in het stemlokaal een of meer geheel van elkander afgescheiden stemhokjes geplaatst, waarvan de toegang zichtbaar is voor het stembureau en voor het publiek, en waarin de stemgerechtigden hun stem in het geheim kunnen uitbrengen.
2. De verdere inrichting van het stemlokaal, het aantal stemhokjes alsmede de plaatsing en de inrichting van de stemhokjes vinden plaats overeenkomstig de artikelen I 5, I 8, eerste lid, I 9, I 10, eerste en tweede lid, en I 11 van het Kiesbesluit, met dien verstande dat de bepalingen omtrent stemmachines geen toepassing vinden en dat in plaats van burgemeester burgemeester en wethouders, in plaats van kiezers stemgerechtigden en in plaats van stemdistrict stembureau wordt gelezen.
2. De verdere inrichting van het stemlokaal, het aantal stemhokjes alsmede de plaatsing en de inrichting van de stemhokjes vinden plaats overeenkomstig de artikelen I 5, I 8, eerste lid, I 9, I 10, eerste en tweede lid, en I 11 van het Kiesbesluit, met dien verstande dat de bepalingen omtrent stemmachines geen toepassing vinden en dat in plaats van burgemeester burgemeester en wethouders, in plaats van kiezers stemgerechtigden en in plaats van stemdistrict stembureau wordt gelezen.