BWBR0003846
Geldig vanaf 1985-10-15
Artikel 15
Besluit nadere regelen betreffende de stemming Landinrichtingswet
1. Gedurende de stemming zijn steeds de voorzitter en twee leden van het stembureau aanwezig.
2. Bij ontstentenis van de voorzitter treedt het tweede, onderscheidenlijk het derde lid, als zodanig op.
3. Bij ontstentenis van een lid treedt een door gedeputeerde staten aan te wijzen plaatsvervangend lid op.
4. Zolang geen plaatsvervangend lid beschikbaar is, wordt in afwijking van het bepaalde in artikel 4, vierde lid, door de voorzitter een der in het stemlokaal aanwezige stemgerechtigden als zodanig aangewezen.
5. Van alle wijzigingen in de samenstelling van het stembureau wordt in het proces-verbaal, als bedoeld in artikel 40, aantekening gehouden met opgave van de reden daarvan en van de tijd van vervanging.
2. Bij ontstentenis van de voorzitter treedt het tweede, onderscheidenlijk het derde lid, als zodanig op.
3. Bij ontstentenis van een lid treedt een door gedeputeerde staten aan te wijzen plaatsvervangend lid op.
4. Zolang geen plaatsvervangend lid beschikbaar is, wordt in afwijking van het bepaalde in artikel 4, vierde lid, door de voorzitter een der in het stemlokaal aanwezige stemgerechtigden als zodanig aangewezen.
5. Van alle wijzigingen in de samenstelling van het stembureau wordt in het proces-verbaal, als bedoeld in artikel 40, aantekening gehouden met opgave van de reden daarvan en van de tijd van vervanging.