BWBR0003846
Geldig vanaf 1985-10-15
Artikel 23
Besluit nadere regelen betreffende de stemming Landinrichtingswet
1. Tot de stemming wordt slechts toegelaten de stemgerechtigde, voor zover hij in het bezit is van de hem ingevolge artikel 62, eerste lid, van de wet toegezonden of ingevolge artikel 13uitgereikte oproeping en op de lijst van stemgerechtigden voorkomt.
2. De voorzitter van het stembureau kan, alvorens iemand tot de stemming toe te laten, verlangen dat diens identiteit ten genoegen van het stembureau wordt vastgesteld.
3. Indien de voorzitter van het stembureau overeenkomstig artikel 63, derde lid, der wet verlangt dat een gemachtigde zijn schriftelijke volmacht overlegt, controleert hij de volmacht aan de hand van het in artikel 22bedoelde afschrift.
2. De voorzitter van het stembureau kan, alvorens iemand tot de stemming toe te laten, verlangen dat diens identiteit ten genoegen van het stembureau wordt vastgesteld.
3. Indien de voorzitter van het stembureau overeenkomstig artikel 63, derde lid, der wet verlangt dat een gemachtigde zijn schriftelijke volmacht overlegt, controleert hij de volmacht aan de hand van het in artikel 22bedoelde afschrift.