BWBR0003284
Geldig vanaf 1980-01-01
Artikel 7
Besluit experiment flexibel uittreden PTT-personeel
1. De inkomsten die de belanghebbende onderscheidenlijk de deelnemer geniet of gaat genieten uit of in verband met arbeid of bedrijf, ter hand genomen met ingang van of na de dag waarop de toepassing van artikel 2, eerste lid, onderscheidenlijk artikel 2, derde en vijfde lid, hem is toegezegd of door hem is aangevraagd, worden met de uitkering verrekend over de maand waarop deze inkomsten betrekking hebben of geacht kunnen worden betrekking te hebben. Deze verrekening geschiedt aldus, dat de uitkering wordt verminderd met het bedrag, waarmede de uitkering, vermeerderd met die inkomsten, de laatstelijk genoten wedde, onderscheidenlijk het verschil tussen de laatstelijk voor de vermindering van de werkzaamheden genoten wedde en het als gevolg van die vermindering resterende deel van die wedde overschrijdt.
2. Het in het voorgaande lid bepaalde vindt overeenkomstig toepassing ten aanzien van de inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf ter hand genomen gedurende non-activiteit, vakantie of verlof onmiddellijk voorafgaande aan het ontslag, of aan de aanvang van het gedeeltelijk dienstverband ter zake waarvan de uitkering is toegekend. Ten aanzien van deze verrekening is artikel 6van toepassing, met dien verstande, dat zij geschiedt over de in de vorige volzin bedoelde langere termijn in plaats van over iedere maand afzonderlijk.
3. Wanneer de deelnemer arbeid of bedrijf ter hand heeft genomen vóór de dag van het ontslag of de aanvang van het gedeeltelijk dienstverband anders dan bedoeld in de voorgaande leden, en na die dag uit die arbeid of dat bedrijf inkomsten of meerinkomsten gaat genieten is het eerste lid van toepassing, tenzij de deelnemer aannemelijk maakt dat die inkomsten of vermeerdering van inkomsten of een gedeelte daarvan noch het gevolg zijn van een verhoogde werkzaamheid noch verband houden met het ontslag, of het gedeeltelijk dienstverband, in welk geval die inkomsten, die meerdere inkomsten of dat gedeelte daarvan niet in aanmerking worden genomen voor de toepassing van het eerste lid.
4. Voor de toepassing van dit artikel wordt een uitkering krachtens de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet ( Stb.1975, 674) aangemerkt als inkomsten in verband met arbeid.
5. Indien in het bedrag der inkomsten bedoeld in de voorgaande leden, is of geacht kan worden te zijn begrepen een vergoeding ter zake van de premie Algemene Ouderdomsweten Algemene Weduwen- en Wezenwet, blijft deze vergoeding voor de toepassing van dit artikel buiten beschouwing.
6. In bijzondere gevallen kan de Directeur-Generaal van het in dit artikel bepaalde ten gunste van de deelnemer afwijken.
2. Het in het voorgaande lid bepaalde vindt overeenkomstig toepassing ten aanzien van de inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf ter hand genomen gedurende non-activiteit, vakantie of verlof onmiddellijk voorafgaande aan het ontslag, of aan de aanvang van het gedeeltelijk dienstverband ter zake waarvan de uitkering is toegekend. Ten aanzien van deze verrekening is artikel 6van toepassing, met dien verstande, dat zij geschiedt over de in de vorige volzin bedoelde langere termijn in plaats van over iedere maand afzonderlijk.
3. Wanneer de deelnemer arbeid of bedrijf ter hand heeft genomen vóór de dag van het ontslag of de aanvang van het gedeeltelijk dienstverband anders dan bedoeld in de voorgaande leden, en na die dag uit die arbeid of dat bedrijf inkomsten of meerinkomsten gaat genieten is het eerste lid van toepassing, tenzij de deelnemer aannemelijk maakt dat die inkomsten of vermeerdering van inkomsten of een gedeelte daarvan noch het gevolg zijn van een verhoogde werkzaamheid noch verband houden met het ontslag, of het gedeeltelijk dienstverband, in welk geval die inkomsten, die meerdere inkomsten of dat gedeelte daarvan niet in aanmerking worden genomen voor de toepassing van het eerste lid.
4. Voor de toepassing van dit artikel wordt een uitkering krachtens de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet ( Stb.1975, 674) aangemerkt als inkomsten in verband met arbeid.
5. Indien in het bedrag der inkomsten bedoeld in de voorgaande leden, is of geacht kan worden te zijn begrepen een vergoeding ter zake van de premie Algemene Ouderdomsweten Algemene Weduwen- en Wezenwet, blijft deze vergoeding voor de toepassing van dit artikel buiten beschouwing.
6. In bijzondere gevallen kan de Directeur-Generaal van het in dit artikel bepaalde ten gunste van de deelnemer afwijken.