BWBR0003284
Geldig vanaf 1980-01-01
Artikel 4
Besluit experiment flexibel uittreden PTT-personeel
1. De uitkering, bedoeld in artikel 2, derde en vijfde lid, bedraagt een zodanig gedeelte van het bedrag van de uitkering, berekend volgens artikel 3, eerste lid tot en met derde lid, als evenredig is aan de verhouding waarin het verschil tussen de voor de deelnemer laatstelijk voor de vermindering van de werkzaamheden geldende werktijd en de als gevolg van die vermindering voor hem geldende werktijd staat tot eerstbedoelde werktijd.
2. Met ingang van het tijdstip,
a. waarop de deelnemer dan wel de echtgenoot of de echtgenote van de deelnemer recht verkrijgt op algemeen pensioen krachtens de Algemene Ouderdomswet;
b. waarop de echtgenoot of de echtgenote recht verkrijgt op een uitkering, bedoeld in artikel 3,
wordt de uitkering als in dit artikel bedoeld herberekend met inachtneming van artikel 3, tweede en derde lid.
3. Artikel 3, vierde en vijfde lid, zijn ten aanzien van de in dit artikel bedoelde uitkering van toepassing.
2. Met ingang van het tijdstip,
a. waarop de deelnemer dan wel de echtgenoot of de echtgenote van de deelnemer recht verkrijgt op algemeen pensioen krachtens de Algemene Ouderdomswet;
b. waarop de echtgenoot of de echtgenote recht verkrijgt op een uitkering, bedoeld in artikel 3,
wordt de uitkering als in dit artikel bedoeld herberekend met inachtneming van artikel 3, tweede en derde lid.
3. Artikel 3, vierde en vijfde lid, zijn ten aanzien van de in dit artikel bedoelde uitkering van toepassing.