BWBR0003284
Geldig vanaf 1980-01-01
Artikel 6
Besluit experiment flexibel uittreden PTT-personeel
1. De deelnemer van wie ingevolge de Algemene Ouderdomsweten de Algemene Weduwen- en Wezenwet ( Stb.1965, 429) ter zake van deze uitkering premie wordt geheven ontvangt een vergoeding met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet gemeenschappelijke bepalingen overheidspensioenwetten ( Stb.1972, 650).
2. De in het eerste lid bedoelde vergoeding wordt vastgesteld op het bedrag van de premie die ingevolge de Algemene Ouderdomsweten de Algemene Weduwen- en Wezenwet wordt geheven over de som van de uitkering, eventueel na toepassing van artikel 7, en die vergoeding.
3. De vorige leden zijn van overeenkomstige toepassing ter zake van de premie, die een deelnemer ingevolge de Algemene Ouderdomsweten de Algemene Weduwen- en Wezenwet verschuldigd zou zijn geweest, indien hem niet krachtens artikel 36, eerste lid, onderscheidenlijk artikel 48, eerste lid, van genoemde wetten vrijstelling van premiebetaling zou zijn verleend.
2. De in het eerste lid bedoelde vergoeding wordt vastgesteld op het bedrag van de premie die ingevolge de Algemene Ouderdomsweten de Algemene Weduwen- en Wezenwet wordt geheven over de som van de uitkering, eventueel na toepassing van artikel 7, en die vergoeding.
3. De vorige leden zijn van overeenkomstige toepassing ter zake van de premie, die een deelnemer ingevolge de Algemene Ouderdomsweten de Algemene Weduwen- en Wezenwet verschuldigd zou zijn geweest, indien hem niet krachtens artikel 36, eerste lid, onderscheidenlijk artikel 48, eerste lid, van genoemde wetten vrijstelling van premiebetaling zou zijn verleend.