BWBR0003222
Geldig vanaf 1979-07-01
Artikel 3a
Wet op de huurcommissies
1. De voorzitter van de huurcommissie verstrekt op verzoek van een huurder van woonruimte ten behoeve van een aanvraag om huursubsidie krachtens de <a href="/wet/BWBR0008659" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Huursubsidiewet</a>binnen vier weken een verklaring omtrent de redelijkheid van de huurprijs en de juistheid van andere gegevens betreffende de woonruimte, een en ander voorzover van belang voor de toepassing van die wet, in de gevallen die bij algemene maatregel van bestuur krachtens <a href="/wet/BWBR0008659/artikel/28" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 28 van genoemde wet</a>zijn aangewezen.
2. Indien de voorzitter de verklaring niet binnen vier weken verstrekt, stelt hij de huurder hier onmiddellijk van in kennis onder vermelding van de redenen daarvoor, en geeft daarbij aan binnen welke termijn de verklaring zal worden verstrekt.
2. Indien de voorzitter de verklaring niet binnen vier weken verstrekt, stelt hij de huurder hier onmiddellijk van in kennis onder vermelding van de redenen daarvoor, en geeft daarbij aan binnen welke termijn de verklaring zal worden verstrekt.