BWBR0003222
Geldig vanaf 1979-07-01
Artikel 7
Wet op de huurcommissies
1. De voorzitter moet de leeftijd van 25 jaar, doch niet die van 65 jaar hebben bereikt. De leden en de plaatsvervangende leden moeten de voor het lidmaatschap van de gemeenteraad vereiste leeftijd hebben bereikt doch niet die van 70 jaar, terwijl zij woonachtig moeten zijn in een der gemeenten in het ressort van de huurcommissie. In bijzondere gevallen kan Onze Minister de leden ontheffing verlenen van laatstbedoelde verplichting.
2. De voorzitter wordt ontslagen bij het bereiken van de leeftijd van 65 jaar, de leden en de plaatsvervangende leden bij het bereiken van de leeftijd van 70 jaar. Zij kunnen, na tevoren hierover te zijn gehoord, te allen tijde worden ontslagen bij gebleken ongeschiktheid door ouderdom, aanhoudende lichaams- of geestesziekte en bij ondercuratelestelling.
3. De voorzitter, de leden en de plaatsvervangende leden kunnen, na tevoren hierover te zijn gehoord, worden ontslagen:
a. wanneer zij wegens misdrijf tot gevangenisstraf of hechtenis zijn veroordeeld;
b. wanneer zij in staat van faillissement zijn verklaard of surseance van betaling hebben verkregen, dan wel ten aanzien van hen de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard;
c. wegens gedrag dat het vertrouwen in de huurcommissie ernstig schaadt of bij gebleken voortdurende achteloosheid in de waarneming van hun ambt.
2. De voorzitter wordt ontslagen bij het bereiken van de leeftijd van 65 jaar, de leden en de plaatsvervangende leden bij het bereiken van de leeftijd van 70 jaar. Zij kunnen, na tevoren hierover te zijn gehoord, te allen tijde worden ontslagen bij gebleken ongeschiktheid door ouderdom, aanhoudende lichaams- of geestesziekte en bij ondercuratelestelling.
3. De voorzitter, de leden en de plaatsvervangende leden kunnen, na tevoren hierover te zijn gehoord, worden ontslagen:
a. wanneer zij wegens misdrijf tot gevangenisstraf of hechtenis zijn veroordeeld;
b. wanneer zij in staat van faillissement zijn verklaard of surseance van betaling hebben verkregen, dan wel ten aanzien van hen de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard;
c. wegens gedrag dat het vertrouwen in de huurcommissie ernstig schaadt of bij gebleken voortdurende achteloosheid in de waarneming van hun ambt.