BWBR0003222
Geldig vanaf 1979-07-01
Artikel 9
Wet op de huurcommissies
1. De voorzitter, de leden en de plaatsvervangende leden, de secretaris en de plaatsvervangende secretaris zijn verplicht tot geheimhouding van hetgeen hun bij de behandeling van de krachtens deze wet toevertrouwde zaken bekend is geworden en van hetgeen in raadkamer is besproken.
2. De voorzitter, de leden en de plaatsvervangende leden, de secretaris en de plaatsvervangende secretaris mogen zich direct noch indirect in enig bijzonder onderhoud of gesprek inlaten met partijen of derzelver raadslieden, noch enige bijzondere onderrichting, memorie of schrifturen aannemen over enige aangelegenheid, welke aanhangig is of waarvan zij weten of vermoeden, dat deze aanhangig zal worden bij de huurcommissie waartoe zij behoren. Zij onthouden zich voorts van deelneming aan de behandeling van enige zaak, indien er te hunnen aanzien feiten of omstandigheden bestaan, waardoor in het algemeen hun onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
2. De voorzitter, de leden en de plaatsvervangende leden, de secretaris en de plaatsvervangende secretaris mogen zich direct noch indirect in enig bijzonder onderhoud of gesprek inlaten met partijen of derzelver raadslieden, noch enige bijzondere onderrichting, memorie of schrifturen aannemen over enige aangelegenheid, welke aanhangig is of waarvan zij weten of vermoeden, dat deze aanhangig zal worden bij de huurcommissie waartoe zij behoren. Zij onthouden zich voorts van deelneming aan de behandeling van enige zaak, indien er te hunnen aanzien feiten of omstandigheden bestaan, waardoor in het algemeen hun onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.