BWBR0003222
Geldig vanaf 1979-07-01
Artikel 6
Wet op de huurcommissies
1. Onze Minister benoemt en ontslaat de leden en de plaatsvervangende leden van een huurcommissie. Een benoeming geschiedt voor de tijd van vier jaren.
2. De benoeming van de leden en de plaatsvervangende leden geschiedt zodanig dat in de huurcommissie het belang van de huurders noch dat van de verhuurders overheerst.
3. Daartoe stelt Onze Minister bij iedere benoeming, gelet op de te bereiken samenstelling der commissie, de organisaties, die naar het oordeel van Onze Minister geacht kunnen worden het belang van de huurders te vertegenwoordigen of dat der verhuurders, gedurende twee maanden in de gelegenheid een aanbeveling te doen.
4. Onze Minister neemt binnen drie maanden na het verstrijken van de in het derde lid bedoelde termijn over de benoeming een beslissing.
2. De benoeming van de leden en de plaatsvervangende leden geschiedt zodanig dat in de huurcommissie het belang van de huurders noch dat van de verhuurders overheerst.
3. Daartoe stelt Onze Minister bij iedere benoeming, gelet op de te bereiken samenstelling der commissie, de organisaties, die naar het oordeel van Onze Minister geacht kunnen worden het belang van de huurders te vertegenwoordigen of dat der verhuurders, gedurende twee maanden in de gelegenheid een aanbeveling te doen.
4. Onze Minister neemt binnen drie maanden na het verstrijken van de in het derde lid bedoelde termijn over de benoeming een beslissing.