BWBR0002656
Geldig vanaf 2002-01-01
Artikel 263a
Burgerlijk Wetboek Boek 1
1 Voor zover noodzakelijk met het oog op het doel van de uithuisplaatsing van een minderjarige als bedoeld in artikel 261 , kan de gezinsvoogdij-instelling voor de duur van de uithuisplaatsing de contacten tussen de met het gezag belaste ouder en het kind beperken.
2 De beslissing van de gezinsvoogdij-instelling geldt als een aanwijzing. Artikel 259 en artikel 260 zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de kinderrechter een zodanige regeling kan vaststellen als hem in het belang van het kind wenselijk voorkomt. 1995 255 16-05-1995 26-04-1995 23003 1995 489 19-10-1995 03-10-1995 01-11-1995
2 De beslissing van de gezinsvoogdij-instelling geldt als een aanwijzing. Artikel 259 en artikel 260 zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de kinderrechter een zodanige regeling kan vaststellen als hem in het belang van het kind wenselijk voorkomt. 1995 255 16-05-1995 26-04-1995 23003 1995 489 19-10-1995 03-10-1995 01-11-1995