BWBR0002656
Geldig vanaf 1970-01-01
Artikel 337a
Burgerlijk Wetboek Boek 1
1. In geval van gezamenlijke uitoefening van de voogdij worden de bevoegdheden die de voogd ingevolge de paragrafen 10en 11heeft, gezamenlijk door de voogden uitgeoefend, met dien verstande dat de bevoegdheden ook aan een voogd alleen toekomen tenzij van bezwaren van de andere voogd is gebleken.
2. De in bedoelde paragrafen genoemde verplichtingen rusten op ieder van de voogden.
2. De in bedoelde paragrafen genoemde verplichtingen rusten op ieder van de voogden.