BWBR0002656
Geldig vanaf 1970-01-01
Artikel 328
Burgerlijk Wetboek Boek 1
De rechtbank kan de voogdij van een gecertificeerde instelling als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0034925/artikel/1.1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1.1 van de Jeugdwet</a>of van een rechtspersoon als bedoeld in artikel 302, tweede lid, beëindigen indien een minderjarige zodanig opgroeit dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en:
a. zij haar taken op een niet verantwoorde wijze uitoefent als bedoeld in artikel 4.1.1, tweede lid, van de Jeugdwet, of
b. zij nalaat overeenkomstig artikel 305 de raad voor de kinderbescherming op de hoogte te houden.
a. zij haar taken op een niet verantwoorde wijze uitoefent als bedoeld in artikel 4.1.1, tweede lid, van de Jeugdwet, of
b. zij nalaat overeenkomstig artikel 305 de raad voor de kinderbescherming op de hoogte te houden.