BWBR0002656 Geldig vanaf 1970-01-01
Artikel 1:359 BW
Burgerlijk Wetboek Boek 1 — artikel 359
1. De kantonrechter kan te allen tijde op verzoek van de andere voogd of ambtshalve aan de voogd de verplichting opleggen jaarlijks of eens in de twee of drie jaren ter griffie van de rechtbank een rekening in te dienen van zijn bewind over de goederen van de minderjarige.
2. De datum voor de indiening van de rekening wordt door de kantonrechter bepaald.
3. Indien in het geval van gezamenlijke uitoefening van de voogdij een van de voogden de rekening alleen heeft ingediend, moet hij gelijktijdig een afschrift van de rekening aan de andere voogd doen toekomen. Deze kan binnen twee maanden bezwaren tegen de rekening bij de rechter indienen.
2. De datum voor de indiening van de rekening wordt door de kantonrechter bepaald.
3. Indien in het geval van gezamenlijke uitoefening van de voogdij een van de voogden de rekening alleen heeft ingediend, moet hij gelijktijdig een afschrift van de rekening aan de andere voogd doen toekomen. Deze kan binnen twee maanden bezwaren tegen de rekening bij de rechter indienen.
- Citeren als
- Art. 1:359 BW
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0002656
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl