BWBR0002656
Geldig vanaf 1970-01-01
Artikel 256
Burgerlijk Wetboek Boek 1
1. De kinderrechter kan een minderjarige door of voor wie een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0011823/artikel/28" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000</a>is ingediend en die in verband daarmee in een centrum als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0006685/artikel/1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1, onder d, van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers</a>verblijft, onder toezicht stellen van een daartoe door Onze Minister van Justitie aanvaarde rechtspersoon.
2. Onze Minister van Justitie kan voorwaarden stellen bij of voorschriften verbinden aan de aanvaarding, bedoeld in het eerste lid, en de rechtspersoon voor een bepaalde tijd aanvaarden.
3. Op de ondertoezichtstelling en een rechtspersoon als bedoeld in het eerste lid zijn de bepalingen van de afdelingen 4en 5alsmede artikel 326van overeenkomstige toepassing.
4. In geval van vervanging van de rechtspersoon op grond van artikel 259, wordt een gecertificeerde instelling benoemd die een contract of een subsidierelatie heeft met de gemeente waar de minderjarige zijn woonplaats als bedoeld in de <a href="/wet/BWBR0034925" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Jeugdwet</a>heeft. Hetzelfde geldt indien de rechtspersoon niet meer voldoet aan de eisen voor benoeming, bedoeld in het eerste lid, in welk geval de kinderrechter ambtshalve tot vervanging overgaat, tenzij voortzetting van de taken door bedoelde rechtspersoon om reden van continuïteit noodzakelijk is.
2. Onze Minister van Justitie kan voorwaarden stellen bij of voorschriften verbinden aan de aanvaarding, bedoeld in het eerste lid, en de rechtspersoon voor een bepaalde tijd aanvaarden.
3. Op de ondertoezichtstelling en een rechtspersoon als bedoeld in het eerste lid zijn de bepalingen van de afdelingen 4en 5alsmede artikel 326van overeenkomstige toepassing.
4. In geval van vervanging van de rechtspersoon op grond van artikel 259, wordt een gecertificeerde instelling benoemd die een contract of een subsidierelatie heeft met de gemeente waar de minderjarige zijn woonplaats als bedoeld in de <a href="/wet/BWBR0034925" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Jeugdwet</a>heeft. Hetzelfde geldt indien de rechtspersoon niet meer voldoet aan de eisen voor benoeming, bedoeld in het eerste lid, in welk geval de kinderrechter ambtshalve tot vervanging overgaat, tenzij voortzetting van de taken door bedoelde rechtspersoon om reden van continuïteit noodzakelijk is.