BWBR0002656
Geldig vanaf 2002-01-01
Artikel 263b
Burgerlijk Wetboek Boek 1
Artikel 263b 1 Voor de duur van de maatregel kan de kinderrechter op verzoek van de gezinsvoogdij-instelling een rechterlijke beslissing tot vaststelling van een regeling inzake de uitoefening van het omgangsrecht wijzigen voor zover dat noodzakelijk is met het oog op het doel van de ondertoezichtstelling. 2 Op het verzoek van de met het gezag belaste ouder, de omgangsgerechtigde, de minderjarige van twaalf jaren of ouder en de gezinsvoogdij-instelling kan de kinderrechter de in het eerste lid genoemde beslissing wijzigen op grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd, of dat bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. 3 Zodra de ondertoezichtstelling is geëindigd, geldt een ingevolge deze bepaling vastgestelde regeling als een regeling bedoeld in artikel 377a dan wel 377f . 1995 255 16-05-1995 26-04-1995 23003 1995 478 12-10-1995 29-09-1995 02-11-1995