BWBR0002577
Geldig vanaf 1967-07-01
Artikel 6
ALGEMENE DAGLOONREGELEN ZIEKTEWET
1. Indien de werknemer laatstelijk voor het ontstaan van zijn ongeschiktheid tot werken in zijn beroep werkzaam was tegen een loon, dat was vastgesteld op een vast bedrag per dag, week, maand of jaar – al dan niet vermeerderd met beloning voor overwerk – wordt het dagloon vastgesteld op de wijze in de volgende leden bepaald. Regelmatig verstrekte, naar tijdsruimte vastgesteld, toeslagen worden tot het vaste bedrag gerekend.
2. Indien het loon uitsluitend bestond uit een vast bedrag, als bedoeld in het vorige lid, is het dagloon gelijk aan respectievelijk het vaste bedrag per dag, 1/260 van het 52-voud van het weekloon of 1/261 van het 12-voud van het maandloon of van het jaarloon.
3. Het bepaalde in artikel 4is van overeenkomstige toepassing.
4. Het in dit artikel bepaalde blijft buiten toepassing indien het mede gelet op het loon, dat de werknemer in zijn beroep pleegt te genieten – tot een kennelijk onjuist dagloon zon leiden.
2. Indien het loon uitsluitend bestond uit een vast bedrag, als bedoeld in het vorige lid, is het dagloon gelijk aan respectievelijk het vaste bedrag per dag, 1/260 van het 52-voud van het weekloon of 1/261 van het 12-voud van het maandloon of van het jaarloon.
3. Het bepaalde in artikel 4is van overeenkomstige toepassing.
4. Het in dit artikel bepaalde blijft buiten toepassing indien het mede gelet op het loon, dat de werknemer in zijn beroep pleegt te genieten – tot een kennelijk onjuist dagloon zon leiden.