BWBR0002577
Geldig vanaf 1967-07-01
Artikel 12
ALGEMENE DAGLOONREGELEN ZIEKTEWET
1. Het dagloon van degene, die op de dag van het ontstaan van zijn ongeschiktheid tot werken als werknemer wordt beschouwd op grond van artikel 7 van de Ziektewet, wordt bepaald op het dagloon, waarnaar zijn uitkering ingevolge de Werkloosheidswetwordt berekend of zou zijn berekend, zo hij daarop recht zou hebben kunnen doen gelden.
2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt het dagloon van degene, die op de dag van het ontstaan van zijn ongeschiktheid tot werken een kortdurende uitkering of een vervolguitkering ingevolge de Werkloosheidswetontvangt, bepaald op:
a. het minimumloon per maand als bedoeld in artikel 8, eerste lid onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Stb. 1968, 657) of, indien het een werknemer jonger dan 23 jaar betreft, het voor zijn leeftijd geldende minimumloon per maand, bedoeld in artikel 7, derde lid, en artikel 8, derde lid, van genoemde wet, beide vermeerderd met de berekende vakantietoeslag, bedoeld in artikel 15 van die wet en vervolgens gedeeld door 21,75; het minimumloon per dag, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder c, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Stb. 1968, 657) of, indien het een werknemer jonger dan 23 jaar betreft, het voor zijn leeftijd geldende minimumloon, bedoeld in artikel 7, derde lid, en artikel 8, derde lid, van genoemde wet, beide vermeerderd met de daarover berekende vakantiebijslag, bedoeld in artikel 15 van die wet;
b. het bedrag berekend met toepassing van onderdeel a, vermenigvuldigd met een breuk waarvan de teller wordt gevormd door het verschil tussen 100 en het midden van de arbeidsongeschiktheidsklasse waarin de uitkeringsgerechtigde is ingedeeld en de noemer door het getal 100, indien hij een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering naar een arbeidsongeschiktheid van minder dan 80% ontvangt of – indien het bepaalde in artikel 25, 28, 30 of 33 van die wet te zijnen aanzien niet van toepassing was – zou ontvangen;
c. het dagloon, waarnaar zijn loondervingsuitkering ingevolge de Werkloosheidswet werd of zou zijn berekend, ingeval het dagloon, waarnaar die loondervingsuitkering werd of zou zijn berekend, lager is dan het bedrag berekend overeenkomstig de onderdelen a en b.
3. Indien de werknemer, bedoeld in het eerste en of tweede lid partieel leerplichtig is op grond van de Leerplichtwet 1969en hem in verband daarmee over minder dan het voor hem normale aantal dagen per week uitkering ingevolge de Werkloosheidswetwerd verstrekt, wordt het dagloon berekend met toepassing van het eerste en tweede lid, naar evenredigheid daarvan herzien.
4. Indien de uitkering ingevolge de Werkloosheidswetmet toepassing van
a. artikel 47, tweede lid, dan wel artikel 51, tweede lid, dan wel artikel 52, derde lid, artikel 52i, tweede lid of artikel 52i, vierde lid in verband met de artikelen 52, derde lid en 51, tweede lid van die wet werd vermenigvuldigd met een breuk, waarvan de teller wordt gevormd door het aantal uren werkloosheid per kalenderweek en de noemer door het aantal arbeidsuren voorafgaande aan het intreden van het verlies van arbeidsuren waarnaar zijn recht is berekend, wordt het dagloon, berekend met toepassing van het eerste tot en met derde lid, met diezelfde breuk vermenigvuldigd.
b. artikel 35b van die wet werd vermenigvuldigd met een breuk, waarvan de teller wordt gevormd door het aantal arbeidsuren terzake waarvan het betrokken recht bestond en de noemer door het totaal aantal arbeidsuren terzake waarvan recht op vervolguitkering of kortdurende uitkering bestond en waarop artikel 35b van de Werkloosheidswet van toepassing was, wordt het dagloon, berekend met toepassing van het tweede en derde lid, met diezelfde breuk vermenigvuldigd.
5. Indien op de dag voor het ontstaan van de ongeschiktheid tot werken toepassing werd gegeven aan artikel 35 van de Werkloosheidswet, wordt het dagloon, berekend met toepassing van het eerste tot en met vierde lid, verminderd met 100/70 maal het bedrag dat krachtens genoemd artikel niet tot uitbetaling kwam.
6. Voor zolang krachtens artikel 33 van de Werkloosheidswetreservering van vakantiebijslag plaatsvindt, wordt het dagloon, berekend met toepassing van het eerste tot en met vijfde lid, verminderd met het bedrag van het dagloon vermenigvuldigd met een breuk waarvan de teller wordt gevormd door het getal dat als percentage wordt genoemd in artikel 15, eerste lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslagen de noemer door dat getal vermeerderd met 100.
7. Indien bij de berekening van het dagloon, bedoeld in het eerste tot en met zesde lid in aanmerking zijn of zouden zijn genomen het werknemersaandeel in de pensioenpremie, onderscheidenlijk de waarde van de vakantiebon, wordt:
a. indien de werknemer krachtens de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 59 van de Ziektewet, naast het ziekengeld aanspraak heeft op verstrekking van pensioenpremie, onderscheidenlijk van een vakantiebon, het dagloon bedoeld in de aanhef verminderd met het werknemersaandeel in de pensioenpremie, onderscheidenlijk de waarde van de vakantiebon;
b. indien hij geen aanspraak heeft als bedoeld in onderdeel a, voor zolang op grond van het uitkeringsreglement werkloosheidsverzekering, bedoeld in artikel 101 van de Werkloosheidswet, een deel van de uitkering wordt betaald in de vorm van bijdragen aan sociale fondsen, waaronder begrepen bonnen, zegels en certificaten die door het desbetreffende fonds worden uitgegeven of voorgeschreven, het dagloon bedoeld in de aanhef verminderd met 100/70 maal de waarde van dat deel van de uitkering.
8. Artikel 7is niet van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de werknemer, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid. Indien het dagloon ingevolge de Werkloosheidswettijdens het ontvangen van ziekengeld zou zijn gewijzigd in verband met toepassing van artikel 46 van de Werkloosheidswet, dan wel – indien het een werknemer als bedoeld in het tweede lid betreft – de uitkering ingevolge de Werkloosheidswettijdens het ontvangen van ziekengeld zou zijn gewijzigd in verband met een wijziging van het minimumloon, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, wordt het dagloon berekend met toepassing van dit artikel in overeenstemming met vorenbedoelde wijziging herzien.
9. Het bepaalde in dit artikel is niet van toepassing op de werknemer voor wie bij het ontstaan van zijn ongeschiktheid tot werken een regeling tot toepassing van een kortere dan de voor hem normale werktijd geldt, tenzij ingevolge die regeling de werktijd voor hem gedurende de gehele periode, waarvoor die regeling geldt, tot 0-uur is verkort.
2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt het dagloon van degene, die op de dag van het ontstaan van zijn ongeschiktheid tot werken een kortdurende uitkering of een vervolguitkering ingevolge de Werkloosheidswetontvangt, bepaald op:
a. het minimumloon per maand als bedoeld in artikel 8, eerste lid onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Stb. 1968, 657) of, indien het een werknemer jonger dan 23 jaar betreft, het voor zijn leeftijd geldende minimumloon per maand, bedoeld in artikel 7, derde lid, en artikel 8, derde lid, van genoemde wet, beide vermeerderd met de berekende vakantietoeslag, bedoeld in artikel 15 van die wet en vervolgens gedeeld door 21,75; het minimumloon per dag, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder c, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Stb. 1968, 657) of, indien het een werknemer jonger dan 23 jaar betreft, het voor zijn leeftijd geldende minimumloon, bedoeld in artikel 7, derde lid, en artikel 8, derde lid, van genoemde wet, beide vermeerderd met de daarover berekende vakantiebijslag, bedoeld in artikel 15 van die wet;
b. het bedrag berekend met toepassing van onderdeel a, vermenigvuldigd met een breuk waarvan de teller wordt gevormd door het verschil tussen 100 en het midden van de arbeidsongeschiktheidsklasse waarin de uitkeringsgerechtigde is ingedeeld en de noemer door het getal 100, indien hij een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering naar een arbeidsongeschiktheid van minder dan 80% ontvangt of – indien het bepaalde in artikel 25, 28, 30 of 33 van die wet te zijnen aanzien niet van toepassing was – zou ontvangen;
c. het dagloon, waarnaar zijn loondervingsuitkering ingevolge de Werkloosheidswet werd of zou zijn berekend, ingeval het dagloon, waarnaar die loondervingsuitkering werd of zou zijn berekend, lager is dan het bedrag berekend overeenkomstig de onderdelen a en b.
3. Indien de werknemer, bedoeld in het eerste en of tweede lid partieel leerplichtig is op grond van de Leerplichtwet 1969en hem in verband daarmee over minder dan het voor hem normale aantal dagen per week uitkering ingevolge de Werkloosheidswetwerd verstrekt, wordt het dagloon berekend met toepassing van het eerste en tweede lid, naar evenredigheid daarvan herzien.
4. Indien de uitkering ingevolge de Werkloosheidswetmet toepassing van
a. artikel 47, tweede lid, dan wel artikel 51, tweede lid, dan wel artikel 52, derde lid, artikel 52i, tweede lid of artikel 52i, vierde lid in verband met de artikelen 52, derde lid en 51, tweede lid van die wet werd vermenigvuldigd met een breuk, waarvan de teller wordt gevormd door het aantal uren werkloosheid per kalenderweek en de noemer door het aantal arbeidsuren voorafgaande aan het intreden van het verlies van arbeidsuren waarnaar zijn recht is berekend, wordt het dagloon, berekend met toepassing van het eerste tot en met derde lid, met diezelfde breuk vermenigvuldigd.
b. artikel 35b van die wet werd vermenigvuldigd met een breuk, waarvan de teller wordt gevormd door het aantal arbeidsuren terzake waarvan het betrokken recht bestond en de noemer door het totaal aantal arbeidsuren terzake waarvan recht op vervolguitkering of kortdurende uitkering bestond en waarop artikel 35b van de Werkloosheidswet van toepassing was, wordt het dagloon, berekend met toepassing van het tweede en derde lid, met diezelfde breuk vermenigvuldigd.
5. Indien op de dag voor het ontstaan van de ongeschiktheid tot werken toepassing werd gegeven aan artikel 35 van de Werkloosheidswet, wordt het dagloon, berekend met toepassing van het eerste tot en met vierde lid, verminderd met 100/70 maal het bedrag dat krachtens genoemd artikel niet tot uitbetaling kwam.
6. Voor zolang krachtens artikel 33 van de Werkloosheidswetreservering van vakantiebijslag plaatsvindt, wordt het dagloon, berekend met toepassing van het eerste tot en met vijfde lid, verminderd met het bedrag van het dagloon vermenigvuldigd met een breuk waarvan de teller wordt gevormd door het getal dat als percentage wordt genoemd in artikel 15, eerste lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslagen de noemer door dat getal vermeerderd met 100.
7. Indien bij de berekening van het dagloon, bedoeld in het eerste tot en met zesde lid in aanmerking zijn of zouden zijn genomen het werknemersaandeel in de pensioenpremie, onderscheidenlijk de waarde van de vakantiebon, wordt:
a. indien de werknemer krachtens de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 59 van de Ziektewet, naast het ziekengeld aanspraak heeft op verstrekking van pensioenpremie, onderscheidenlijk van een vakantiebon, het dagloon bedoeld in de aanhef verminderd met het werknemersaandeel in de pensioenpremie, onderscheidenlijk de waarde van de vakantiebon;
b. indien hij geen aanspraak heeft als bedoeld in onderdeel a, voor zolang op grond van het uitkeringsreglement werkloosheidsverzekering, bedoeld in artikel 101 van de Werkloosheidswet, een deel van de uitkering wordt betaald in de vorm van bijdragen aan sociale fondsen, waaronder begrepen bonnen, zegels en certificaten die door het desbetreffende fonds worden uitgegeven of voorgeschreven, het dagloon bedoeld in de aanhef verminderd met 100/70 maal de waarde van dat deel van de uitkering.
8. Artikel 7is niet van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de werknemer, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid. Indien het dagloon ingevolge de Werkloosheidswettijdens het ontvangen van ziekengeld zou zijn gewijzigd in verband met toepassing van artikel 46 van de Werkloosheidswet, dan wel – indien het een werknemer als bedoeld in het tweede lid betreft – de uitkering ingevolge de Werkloosheidswettijdens het ontvangen van ziekengeld zou zijn gewijzigd in verband met een wijziging van het minimumloon, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, wordt het dagloon berekend met toepassing van dit artikel in overeenstemming met vorenbedoelde wijziging herzien.
9. Het bepaalde in dit artikel is niet van toepassing op de werknemer voor wie bij het ontstaan van zijn ongeschiktheid tot werken een regeling tot toepassing van een kortere dan de voor hem normale werktijd geldt, tenzij ingevolge die regeling de werktijd voor hem gedurende de gehele periode, waarvoor die regeling geldt, tot 0-uur is verkort.