BWBR0002577
Geldig vanaf 1967-07-01
Artikel 12a
ALGEMENE DAGLOONREGELEN ZIEKTEWET
1. Indien de werknemer op de dag voorafgaande aan de dag van het intreden van de ongeschiktheid tot werken de leeftijd nog niet heeft bereikt waarop hij recht kan doen gelden op het minimumloon als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel c van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, terwijl hij op grond van deze wet met ingang van een dag gelegen op of na de eerste dag van de ongeschiktheid tot werken doch voor de eerste dag waarover het ziekengeld wordt uitgekeerd, recht heeft op een hoger loon op grond van zijn leeftijd, wordt met ingang van de dag waarop zijn recht op uitkering ingaat dat hogere loon aan zijn dagloon ten grondslag gelegd.
2. Indien de uitkeringsgerechtigde op de dag voorafgaande aan de dag waarop zijn recht op uitkering ingaat de leeftijd nog niet heeft bereikt waarop hij recht kan doen gelden op het minimumloon als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel c van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslagterwijl hij, ware hij niet ongeschikt, met ingang van een daarna gelegen dag krachtens deze wet aanspraak zou hebben gehad op een hoger loon op grond van zijn leeftijd, wordt met ingang van laatstbedoelde dag dat hogere loon aan zijn dagloon ten grondslag gelegd.
2. Indien de uitkeringsgerechtigde op de dag voorafgaande aan de dag waarop zijn recht op uitkering ingaat de leeftijd nog niet heeft bereikt waarop hij recht kan doen gelden op het minimumloon als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel c van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslagterwijl hij, ware hij niet ongeschikt, met ingang van een daarna gelegen dag krachtens deze wet aanspraak zou hebben gehad op een hoger loon op grond van zijn leeftijd, wordt met ingang van laatstbedoelde dag dat hogere loon aan zijn dagloon ten grondslag gelegd.