BWBR0002516
Geldig vanaf 2004-09-09
Artikel 9
Aanwijzingsbesluit verzekerden Zfw
1. Voor de verzekering van verzekerden als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder b, van de Ziekenfondswet, voor zover zij recht hebben op een uitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet, wordt een premie geheven tot het krachtens artikel 15, eerste lid, van de Ziekenfondswetvastgestelde percentage. De premie wordt per maand berekend over de uitkering met inbegrip van de vakantie-uitkering, waarop de verzekerde aanspraak heeft krachtens de Algemene nabestaandenwet, onder toepassing van artikel 18 van die wet. Indien de uitkering slechts ten dele wordt toegekend in verband met samenloop met een uitkering ingevolge de sociale wetgeving van een andere mogendheid, wordt de uitkering voor de vaststelling van de verschuldigde premie geacht ten volle te worden uitbetaald.
2. Het bepaalde krachtens artikel 15, tweede lid, van de Ziekenfondswetis van overeenkomstige toepassing. De Sociale verzekeringsbank wordt als werkgever beschouwd.
3. De Sociale verzekeringsbank houdt de door de verzekerde ingevolge dit artikel verschuldigde premie in op de uitkering, waarop de verzekerde aanspraak heeft krachtens de Algemene nabestaandenwet.
4. De Sociale verzekeringsbank stort de in het eerste lid bedoelde premie in de Algemene Kas, bedoeld in artikel 1q van de Ziekenfondswet. Onze Minister kan voorschriften geven met betrekking tot de vaststelling, de invordering, de afdracht en de verantwoording van de premie.
2. Het bepaalde krachtens artikel 15, tweede lid, van de Ziekenfondswetis van overeenkomstige toepassing. De Sociale verzekeringsbank wordt als werkgever beschouwd.
3. De Sociale verzekeringsbank houdt de door de verzekerde ingevolge dit artikel verschuldigde premie in op de uitkering, waarop de verzekerde aanspraak heeft krachtens de Algemene nabestaandenwet.
4. De Sociale verzekeringsbank stort de in het eerste lid bedoelde premie in de Algemene Kas, bedoeld in artikel 1q van de Ziekenfondswet. Onze Minister kan voorschriften geven met betrekking tot de vaststelling, de invordering, de afdracht en de verantwoording van de premie.