BWBR0002516
Geldig vanaf 2004-09-09
Artikel 13c
Aanwijzingsbesluit verzekerden Zfw
1. Voor de verzekering van degenen, bedoeld in artikel 1, onderdeelkk, onder 1, wordt over de bruto periodieke uitkering waarop de verzekerde aanspraak heeft ingevolge artikel 4, eerste of vierde lid, of ingevolge artikel 5 van de Remigratiewet, een premie geheven tot het krachtens artikel 15, eerste lid, eerste volzin, van de Ziekenfondswetvastgestelde percentage. Indien de periodieke uitkering slechts ten dele wordt uitbetaald wegens samenloop met wettelijke uitkeringen, wordt de uitkering voor de vaststelling van de verschuldigde premie geacht ten volle te zijn uitbetaald, voor zover over het bedrag van die andere wettelijke uitkeringen niet reeds premie wordt geheven.
2. Voor de verzekering van degenen, bedoeld in artikel 1, onderdeelkk, onder 2, wordt over de bruto periodieke uitkering waarop de verzekerde aanspraak heeft ingevolge artikel 4, eerste of vierde lid, of artikel 5 van de Remigratiewet, een premie geheven tot het krachtens artikel 14, tweede lid, vastgestelde percentage. De tweede volzin van het eerste lid is van overeenkomstige toepassing.
3. Het bepaalde krachtens artikel 15, tweede en vierde lid, van de Ziekenfondswetis van overeenkomstige toepassing. De Sociale verzekeringsbank wordt als werkgever beschouwd en de uitkering wordt als loon aangemerkt.
4. De Sociale verzekeringsbank houdt de voor de verzekerde ingevolge dit artikel verschuldigde premie in op de uitkering.
5. De Sociale verzekeringsbank stort de in het eerste lid bedoelde premie in de Algemene Kas, bedoeld in artikel 1q, eerste lid, van de Ziekenfondswet. Onze Minister kan voorschriften geven met betrekking tot de vaststelling, de invordering, de afdracht en de verantwoording van de premie.
6. De ingevolge dit artikel afgedragen premie wordt niet teruggevorderd van de Algemene Kas indien de periodieke uitkering, anders dan in verband met overlijden, ten volle wordt teruggevorderd.
2. Voor de verzekering van degenen, bedoeld in artikel 1, onderdeelkk, onder 2, wordt over de bruto periodieke uitkering waarop de verzekerde aanspraak heeft ingevolge artikel 4, eerste of vierde lid, of artikel 5 van de Remigratiewet, een premie geheven tot het krachtens artikel 14, tweede lid, vastgestelde percentage. De tweede volzin van het eerste lid is van overeenkomstige toepassing.
3. Het bepaalde krachtens artikel 15, tweede en vierde lid, van de Ziekenfondswetis van overeenkomstige toepassing. De Sociale verzekeringsbank wordt als werkgever beschouwd en de uitkering wordt als loon aangemerkt.
4. De Sociale verzekeringsbank houdt de voor de verzekerde ingevolge dit artikel verschuldigde premie in op de uitkering.
5. De Sociale verzekeringsbank stort de in het eerste lid bedoelde premie in de Algemene Kas, bedoeld in artikel 1q, eerste lid, van de Ziekenfondswet. Onze Minister kan voorschriften geven met betrekking tot de vaststelling, de invordering, de afdracht en de verantwoording van de premie.
6. De ingevolge dit artikel afgedragen premie wordt niet teruggevorderd van de Algemene Kas indien de periodieke uitkering, anders dan in verband met overlijden, ten volle wordt teruggevorderd.