BWBR0002516
Geldig vanaf 2004-09-09
Artikel 2
Aanwijzingsbesluit verzekerden Zfw
1. Artikel 1, onder e, k, u en bbis niet van toepassing op degene die op grond van enige andere bepaling verzekerd ingevolge de Ziekenfondswetis.
2. Het bepaalde in artikel 1, onder f, is niet van toepassing, indien het overeengekomen vaste loon in geld, waarnaar de uitkering of het wachtgeld is berekend, dan wel – zodra gedurende 26 weken uitkering werd ontvangen – indien het bruto ongekorte uitkeringsbedrag, herleid op jaarbasis, meer bedraagt dan het in artikel 3, eerste lid, onder a, van de Ziekenfondswetgenoemde bedrag. Tot het bruto ongekorte uitkeringsbedrag wordt mede gerekend de toeslag ingevolge artikel 9 van de Wet van 20 december 1984, houdende aanpassing van uitkeringspercentages van ontslaguitkerings- en arbeidsongeschiktheidsregelingen voor overheidspersoneel, onderwijspersoneel en daarmee gelijk te stellen personeel(Stb. 657).
3. Vervallen.
4. Artikel 1, onder o, p en ris niet van toepassing op degene wiens bezoldiging of pensioenuitkering, in voorkomend geval met inbegrip van de vergoeding in de zin van de bij of krachtens de Kaderwet militaire pensioenenvastgestelde bepalingen wegens het verschuldigd zijn van een premie krachtens een algemene pensioenwet en van de toeslag, bedoeld in artikel 10 van de Wet van 20 december 1984, houdende aanpassing van uitkeringspercentages van ontslaguitkerings- en arbeidsongeschiktheidsregelingen voor overheidspersoneel, onderwijspersoneel en daarmee gelijk te stellen personeel(Stb. 657), meer bedraagt dan het in artikel 3, eerste lid, onder a, van de Ziekenfondswetgenoemde bedrag per jaar.
Daarbij wordt het over één of meer gedeelten van een jaar genotene op jaarbasis herleid en wordt tot het einde van een kalenderjaar geen rekening gehouden met wijzigingen van de bezoldiging en de uitkering, welke na 1 november van het voorafgaande kalenderjaar plaatsvinden of hebben plaatsgevonden.
5. Het bepaalde in artikel 1, onder t, is niet van toepassing op degene, die een pensioen ten laste van de pensioenkas van de Stichting "Algemeen Mijnwerkersfonds van de Steenkolenmijnen in Limburg" geniet, indien de pensioenuitkering, in voorkomend geval met inbegrip van de vergoeding, bedoeld in artikel 55 van het Reglement voor het Algemeen Mijnwerkersfonds van de Steenkolenmijnen in Limburg op jaarbasis meer bedraagt dan het in artikel 3, eerste lid, onder a, van de Ziekenfondswetgenoemde bedrag. Daarbij wordt tot het einde van een kalenderjaar geen rekening gehouden met wijzigingen van de pensioenuitkering, welke na 1 november van het voorafgaande kalenderjaar plaatsvinden of hebben plaatsgevonden.
6. Het bepaalde in artikel 1, onder v, is niet van toepassing op:
a. degene die een toelage ontvangt indien 70% van zijn dagloon ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering dan wel van zijn dagloon krachtens de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen - herleid tot jaarloon - meer bedraagt dan het in artikel 3, eerste lid, onder a, van de Ziekenfondswet genoemde bedrag, tenzij hij op de dag, voorafgaande aan die, waarop dit het geval is, verzekerd was op grond van de Ziekenfondswet. Hierbij wordt tot het einde van een kalenderjaar geen rekening gehouden met wijzigingen van het dagloon, welke na 1 november van het voorafgaande jaar plaatsvinden of hebben plaatsgevonden.
b. degene die een toelage ontvangt welke minder dan 35% bedraagt van de grondslag, waarnaar de arbeidsongeschiktheidsuitkering, waarop hij recht heeft dan wel recht zou hebben, indien hij voor toekenning van zulk een uitkering in aanmerking zou komen, is of zou zijn berekend, tenzij hij op de dag voorafgaande aan die met ingang waarvan de toelage wordt toegekend verzekerd was op grond van de verplichte verzekering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.
7. Vervallen.
8. Artikel 1, onder i, voor zover dit betrekking heeft op degene die een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangt, alsmede onder n, r, t, v en w, is niet van toepassing op degene die deelneemt dan wel op de dag, voorafgaande aan de dag waarop zijn recht op uitkering of pensioen ingaat, deelnam aan een publiekrechtelijke ziektekostenregeling voor ambtenaren, bedoeld in artikel 4, zestiende lid, onder b, van de Ziekenfondswet.
9. Artikel 1, onder g, s, x, z, aa en bb, is niet van toepassing op degene die deelneemt aan een publiekrechtelijke ziektekostenregeling voor ambtenaren, bedoeld in artikel 4, zestiende lid, onder b, van de Ziekenfondswet.
10. Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, categorieën van personen aanwijzen, op wie artikel 1, onder r, niet van toepassing is.
11. Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, categorieën van personen, behorende tot de in artikel 1, onder r, bedoelde personen, aanwijzen, die indien zij de wens daartoe te kennen geven, niet verzekerd worden ingevolge de Ziekenfondswet. In hetgeen verder met betrekking tot de vorige volzin regeling behoeft, wordt voorzien door Onze Minister.
12. Artikel 1, onder x, onderdeel 1, is niet van toepassing indien de in dat onderdeel bedoelde uitkering ingevolge de Wet werk en bijstandbetrekking heeft op de premie voor een particuliere ziektekostenverzekering, dan wel wordt verleend aan een zelfstandige als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004.
13. Artikel 1, onder z, is niet van toepassing op degene die uitsluitend een uitgesteld vervroegd pensioen ontvangt. Onder een uitgesteld vervroegd pensioen wordt verstaan een vervroegd pensioen uit een dienstbetrekking die niet onmiddellijk voorafgaande aan de dag van ingang van dat pensioen is geëindigd. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt de dienstbetrekking geacht voort te duren zolang en voor zover in het tijdvak gelegen tussen de beëindiging van de dienstbetrekking en de ingangsdatum van het vervroegde pensioen, in verband met de beëindiging van bedoelde dienstbetrekking een uitkering op grond van een sociale verzekeringswet dan wel een uitkering als bedoeld in artikel 1, onder g of aa, is toegekend.
14. Artikel 1, onderdeel hh, is niet van toepassing op degene die in het tijdvak van vijf jaar, onmiddellijk voorafgaande aan de maand waarin hij de leeftijd van 65 jaar bereikt, minder dan drie jaar verzekerd was ingevolge de Ziekenfondswet, dan wel rechthebbende op verstrekkingen ingevolge de wettelijke regeling van een of meer andere staten waarmee Nederland een verdrag inzake sociale zekerheid heeft gesloten of van een of meer andere lidstaten van de Europese Unie dan wel van de Europese Economische Ruimte. Voorzover voor de vaststelling van de in de eerste volzin bedoelde periode nodig, worden de tijdvakken gedurende welke betrokkene aanspraken had op grond van de in die volzin bedoelde wettelijke regelingen samengeteld, voorzover deze tijdvakken niet samenvallen. Onze Minister kan bepalen dat door hem aangewezen categorieën van personen als bedoeld in het eerste lid, onder hh, niet behoeven te voldoen aan de in de eerste volzin bedoelde voorwaarde.
15. Artikel 1is niet van toepassing op degene die recht heeft op medische zorg krachtens een regeling van een op grond van artikel 3, eerste lid, onder d, dan wel artikel 14, tweede lid, van het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999aangewezen volkenrechtelijke organisatie.
16. Het bepaalde in artikel 1is - tenzij anders bepaald - niet van toepassing op degene, die de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt.
17. Artikel 1, onderdeel kk, is niet van toepassing op degene die op de dag voor de inwerkingtreding van de Remigratiewetis geremigreerd.
2. Het bepaalde in artikel 1, onder f, is niet van toepassing, indien het overeengekomen vaste loon in geld, waarnaar de uitkering of het wachtgeld is berekend, dan wel – zodra gedurende 26 weken uitkering werd ontvangen – indien het bruto ongekorte uitkeringsbedrag, herleid op jaarbasis, meer bedraagt dan het in artikel 3, eerste lid, onder a, van de Ziekenfondswetgenoemde bedrag. Tot het bruto ongekorte uitkeringsbedrag wordt mede gerekend de toeslag ingevolge artikel 9 van de Wet van 20 december 1984, houdende aanpassing van uitkeringspercentages van ontslaguitkerings- en arbeidsongeschiktheidsregelingen voor overheidspersoneel, onderwijspersoneel en daarmee gelijk te stellen personeel(Stb. 657).
3. Vervallen.
4. Artikel 1, onder o, p en ris niet van toepassing op degene wiens bezoldiging of pensioenuitkering, in voorkomend geval met inbegrip van de vergoeding in de zin van de bij of krachtens de Kaderwet militaire pensioenenvastgestelde bepalingen wegens het verschuldigd zijn van een premie krachtens een algemene pensioenwet en van de toeslag, bedoeld in artikel 10 van de Wet van 20 december 1984, houdende aanpassing van uitkeringspercentages van ontslaguitkerings- en arbeidsongeschiktheidsregelingen voor overheidspersoneel, onderwijspersoneel en daarmee gelijk te stellen personeel(Stb. 657), meer bedraagt dan het in artikel 3, eerste lid, onder a, van de Ziekenfondswetgenoemde bedrag per jaar.
Daarbij wordt het over één of meer gedeelten van een jaar genotene op jaarbasis herleid en wordt tot het einde van een kalenderjaar geen rekening gehouden met wijzigingen van de bezoldiging en de uitkering, welke na 1 november van het voorafgaande kalenderjaar plaatsvinden of hebben plaatsgevonden.
5. Het bepaalde in artikel 1, onder t, is niet van toepassing op degene, die een pensioen ten laste van de pensioenkas van de Stichting "Algemeen Mijnwerkersfonds van de Steenkolenmijnen in Limburg" geniet, indien de pensioenuitkering, in voorkomend geval met inbegrip van de vergoeding, bedoeld in artikel 55 van het Reglement voor het Algemeen Mijnwerkersfonds van de Steenkolenmijnen in Limburg op jaarbasis meer bedraagt dan het in artikel 3, eerste lid, onder a, van de Ziekenfondswetgenoemde bedrag. Daarbij wordt tot het einde van een kalenderjaar geen rekening gehouden met wijzigingen van de pensioenuitkering, welke na 1 november van het voorafgaande kalenderjaar plaatsvinden of hebben plaatsgevonden.
6. Het bepaalde in artikel 1, onder v, is niet van toepassing op:
a. degene die een toelage ontvangt indien 70% van zijn dagloon ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering dan wel van zijn dagloon krachtens de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen - herleid tot jaarloon - meer bedraagt dan het in artikel 3, eerste lid, onder a, van de Ziekenfondswet genoemde bedrag, tenzij hij op de dag, voorafgaande aan die, waarop dit het geval is, verzekerd was op grond van de Ziekenfondswet. Hierbij wordt tot het einde van een kalenderjaar geen rekening gehouden met wijzigingen van het dagloon, welke na 1 november van het voorafgaande jaar plaatsvinden of hebben plaatsgevonden.
b. degene die een toelage ontvangt welke minder dan 35% bedraagt van de grondslag, waarnaar de arbeidsongeschiktheidsuitkering, waarop hij recht heeft dan wel recht zou hebben, indien hij voor toekenning van zulk een uitkering in aanmerking zou komen, is of zou zijn berekend, tenzij hij op de dag voorafgaande aan die met ingang waarvan de toelage wordt toegekend verzekerd was op grond van de verplichte verzekering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.
7. Vervallen.
8. Artikel 1, onder i, voor zover dit betrekking heeft op degene die een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangt, alsmede onder n, r, t, v en w, is niet van toepassing op degene die deelneemt dan wel op de dag, voorafgaande aan de dag waarop zijn recht op uitkering of pensioen ingaat, deelnam aan een publiekrechtelijke ziektekostenregeling voor ambtenaren, bedoeld in artikel 4, zestiende lid, onder b, van de Ziekenfondswet.
9. Artikel 1, onder g, s, x, z, aa en bb, is niet van toepassing op degene die deelneemt aan een publiekrechtelijke ziektekostenregeling voor ambtenaren, bedoeld in artikel 4, zestiende lid, onder b, van de Ziekenfondswet.
10. Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, categorieën van personen aanwijzen, op wie artikel 1, onder r, niet van toepassing is.
11. Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, categorieën van personen, behorende tot de in artikel 1, onder r, bedoelde personen, aanwijzen, die indien zij de wens daartoe te kennen geven, niet verzekerd worden ingevolge de Ziekenfondswet. In hetgeen verder met betrekking tot de vorige volzin regeling behoeft, wordt voorzien door Onze Minister.
12. Artikel 1, onder x, onderdeel 1, is niet van toepassing indien de in dat onderdeel bedoelde uitkering ingevolge de Wet werk en bijstandbetrekking heeft op de premie voor een particuliere ziektekostenverzekering, dan wel wordt verleend aan een zelfstandige als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004.
13. Artikel 1, onder z, is niet van toepassing op degene die uitsluitend een uitgesteld vervroegd pensioen ontvangt. Onder een uitgesteld vervroegd pensioen wordt verstaan een vervroegd pensioen uit een dienstbetrekking die niet onmiddellijk voorafgaande aan de dag van ingang van dat pensioen is geëindigd. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt de dienstbetrekking geacht voort te duren zolang en voor zover in het tijdvak gelegen tussen de beëindiging van de dienstbetrekking en de ingangsdatum van het vervroegde pensioen, in verband met de beëindiging van bedoelde dienstbetrekking een uitkering op grond van een sociale verzekeringswet dan wel een uitkering als bedoeld in artikel 1, onder g of aa, is toegekend.
14. Artikel 1, onderdeel hh, is niet van toepassing op degene die in het tijdvak van vijf jaar, onmiddellijk voorafgaande aan de maand waarin hij de leeftijd van 65 jaar bereikt, minder dan drie jaar verzekerd was ingevolge de Ziekenfondswet, dan wel rechthebbende op verstrekkingen ingevolge de wettelijke regeling van een of meer andere staten waarmee Nederland een verdrag inzake sociale zekerheid heeft gesloten of van een of meer andere lidstaten van de Europese Unie dan wel van de Europese Economische Ruimte. Voorzover voor de vaststelling van de in de eerste volzin bedoelde periode nodig, worden de tijdvakken gedurende welke betrokkene aanspraken had op grond van de in die volzin bedoelde wettelijke regelingen samengeteld, voorzover deze tijdvakken niet samenvallen. Onze Minister kan bepalen dat door hem aangewezen categorieën van personen als bedoeld in het eerste lid, onder hh, niet behoeven te voldoen aan de in de eerste volzin bedoelde voorwaarde.
15. Artikel 1is niet van toepassing op degene die recht heeft op medische zorg krachtens een regeling van een op grond van artikel 3, eerste lid, onder d, dan wel artikel 14, tweede lid, van het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999aangewezen volkenrechtelijke organisatie.
16. Het bepaalde in artikel 1is - tenzij anders bepaald - niet van toepassing op degene, die de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt.
17. Artikel 1, onderdeel kk, is niet van toepassing op degene die op de dag voor de inwerkingtreding van de Remigratiewetis geremigreerd.