BWBR0002516
Geldig vanaf 2004-09-09
Artikel 14
Aanwijzingsbesluit verzekerden Zfw
1. Degenen, bedoeld in de artikelen 1, onder bb, hh, ii, onderdeel 3, jj, onderdeel 2, kk, onderdeel 2, 15ben 15c, derde lid, en in artikel 3, eerste lid, onder c, en in artikel 3c van de Ziekenfondswet, zijn een premie verschuldigd over het ouderdomspensioen, de toeslag en de vakantie-uitkering, waarop zij aanspraak hebben krachtens de Algemene Ouderdomswet, alsmede over hun inkomsten uit of in verband met het verrichten van arbeid in het bedrijfs- en beroepsleven. Onze Minister bepaalt welke inkomsten worden beschouwd als inkomsten uit of in verband met het verrichten van arbeid in het bedrijfs- en beroepsleven.
2. Over het ouderdomspensioen, de toeslag, de vakantie-uitkering en de tegemoetkoming waarop de verzekerde aanspraak heeft krachtens de Algemene Ouderdomswetof de Tijdelijke regeling tegemoetkoming AOW-ers, is een premie verschuldigd tot een door Onze Minister en Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid tezamen te bepalen percentage. De premie wordt per maand berekend over het ouderdomspensioen en de toeslag, met inbegrip van de vakantie-uitkering. Geen premie is verschuldigd over de overlijdensuitkering, bedoeld in artikel 18 van de Algemene Ouderdomswet, en de vakantie-uitkering, bedoeld in artikel 32in verbinding met artikel 18, van die wet.
3. Over de inkomsten van de verzekerde uit of in verband met het verrichten van arbeid in het bedrijfs- of beroepsleven wordt een premie geheven tot een door Onze Minister en Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid te zamen te bepalen percentage.
4. Voor de verzekering van degenen, bedoeld in de artikelen 1, onder bb, hh, ii, onderdeel 3, jj, onderdeel 2, kk, onderdeel 2, 15ben 15c, derde lid, en in artikel 3, eerste lid, onder c, en in artikel 3c van de Ziekenfondswet, wordt
a. de in het tweede lid bedoelde premie door de Sociale verzekeringsbank, ingehouden op het ouderdomspensioen en de toeslag waarop de verzekerde aanspraak heeft krachtens de Algemene Ouderdomswet, welk orgaan de premie stort in de Algemene Kas, bedoeld in artikel 1q van de Ziekenfondswet. Onze Minister kan in afwijking hiervan bepalen dat in door hem vast te stellen gevallen tot een door hem vast te stellen tijdstip de inning van de hier bedoelde ziekenfondspremie geschiedt op de wijze, bedoeld onder c;
b. de in het derde lid bedoelde premie op de inkomsten uit of in verband met het verrichten van arbeid in het bedrijfs- en beroepsleven, voor zover die inkomsten bestaan uit door Onze Minister aan te wijzen uitkeringen, ingehouden door het orgaan dat die uitkeringen betaalbaar stelt, welk orgaan de premie stort in de Algemene Kas, bedoeld in artikel 1q van de Ziekenfondswet; Onze Minister kan in afwijking hiervan bepalen dat in door hem vast te stellen gevallen tot een door hem vast te stellen tijdstip de inning van de hier bedoelde ziekenfondspremie geschiedt op de wijze, bedoeld onder c;
c. de premie over alle overige inkomsten waarover premie verschuldigd is, bij de verzekerde geïnd door het ziekenfonds waarbij de verzekerde staat ingeschreven.
5. Vervallen.
6. Indien de verzekerde, bedoeld in het eerste lid, niet bij een ziekenfonds staat ingeschreven wordt de premie geïnd door het ziekenfonds waarbij de verzekerde laatstelijk was ingeschreven. Indien de eerste volzin niet van toepassing is of de woonplaats van verzekerde is gewijzigd dan wordt de premie geïnd door het ziekenfonds waarbij de verzekerde zich bij of krachtens artikel 5, eerste lid, van de Ziekenfondswetdient aan te melden.
7. Voor de toepassing van dit artikel is van overeenkomstige toepassing artikel 9, tweede lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering.
8. Onze Minister kan aan de in het vierde lid, onder b, bedoelde organen verplichtingen opleggen en voorschriften geven met betrekking tot de vaststelling, de invordering, de afdracht en de verantwoording van de premie.
9. Voor de toepassing van dit artikel wordt ten aanzien van de verzekerde die een ouderdomspensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet geniet en daarnaast een uitkering ontvangt ingevolge de sociale wetgeving van een andere mogendheid in verband waarmee genoemd ouderdomspensioen is gekort, die uitkering gelijkgesteld met een ouderdomspensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet, voor zover bedoelde uitkering de vorenbedoelde op het ouderdomspensioen toegepaste korting niet te boven gaat. Indien het een gehuwde pensioengerechtigde betreft wordt voor de toepassing van de vorige volzin de korting op de toeslag ingevolge artikel 8 van de Algemene Ouderdomswet dan wel op het ouderdomspensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet van de huwelijkspartner mede in aanmerking genomen.
10. In afwijking van het vierde lid, onder b, wordt de over een uitkering ingevolge de Wet werk en bijstandverschuldigde premie, ingehouden door het orgaan dat die uitkering betaalbaar stelt, welk orgaan de premie afdraagt aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
2. Over het ouderdomspensioen, de toeslag, de vakantie-uitkering en de tegemoetkoming waarop de verzekerde aanspraak heeft krachtens de Algemene Ouderdomswetof de Tijdelijke regeling tegemoetkoming AOW-ers, is een premie verschuldigd tot een door Onze Minister en Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid tezamen te bepalen percentage. De premie wordt per maand berekend over het ouderdomspensioen en de toeslag, met inbegrip van de vakantie-uitkering. Geen premie is verschuldigd over de overlijdensuitkering, bedoeld in artikel 18 van de Algemene Ouderdomswet, en de vakantie-uitkering, bedoeld in artikel 32in verbinding met artikel 18, van die wet.
3. Over de inkomsten van de verzekerde uit of in verband met het verrichten van arbeid in het bedrijfs- of beroepsleven wordt een premie geheven tot een door Onze Minister en Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid te zamen te bepalen percentage.
4. Voor de verzekering van degenen, bedoeld in de artikelen 1, onder bb, hh, ii, onderdeel 3, jj, onderdeel 2, kk, onderdeel 2, 15ben 15c, derde lid, en in artikel 3, eerste lid, onder c, en in artikel 3c van de Ziekenfondswet, wordt
a. de in het tweede lid bedoelde premie door de Sociale verzekeringsbank, ingehouden op het ouderdomspensioen en de toeslag waarop de verzekerde aanspraak heeft krachtens de Algemene Ouderdomswet, welk orgaan de premie stort in de Algemene Kas, bedoeld in artikel 1q van de Ziekenfondswet. Onze Minister kan in afwijking hiervan bepalen dat in door hem vast te stellen gevallen tot een door hem vast te stellen tijdstip de inning van de hier bedoelde ziekenfondspremie geschiedt op de wijze, bedoeld onder c;
b. de in het derde lid bedoelde premie op de inkomsten uit of in verband met het verrichten van arbeid in het bedrijfs- en beroepsleven, voor zover die inkomsten bestaan uit door Onze Minister aan te wijzen uitkeringen, ingehouden door het orgaan dat die uitkeringen betaalbaar stelt, welk orgaan de premie stort in de Algemene Kas, bedoeld in artikel 1q van de Ziekenfondswet; Onze Minister kan in afwijking hiervan bepalen dat in door hem vast te stellen gevallen tot een door hem vast te stellen tijdstip de inning van de hier bedoelde ziekenfondspremie geschiedt op de wijze, bedoeld onder c;
c. de premie over alle overige inkomsten waarover premie verschuldigd is, bij de verzekerde geïnd door het ziekenfonds waarbij de verzekerde staat ingeschreven.
5. Vervallen.
6. Indien de verzekerde, bedoeld in het eerste lid, niet bij een ziekenfonds staat ingeschreven wordt de premie geïnd door het ziekenfonds waarbij de verzekerde laatstelijk was ingeschreven. Indien de eerste volzin niet van toepassing is of de woonplaats van verzekerde is gewijzigd dan wordt de premie geïnd door het ziekenfonds waarbij de verzekerde zich bij of krachtens artikel 5, eerste lid, van de Ziekenfondswetdient aan te melden.
7. Voor de toepassing van dit artikel is van overeenkomstige toepassing artikel 9, tweede lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering.
8. Onze Minister kan aan de in het vierde lid, onder b, bedoelde organen verplichtingen opleggen en voorschriften geven met betrekking tot de vaststelling, de invordering, de afdracht en de verantwoording van de premie.
9. Voor de toepassing van dit artikel wordt ten aanzien van de verzekerde die een ouderdomspensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet geniet en daarnaast een uitkering ontvangt ingevolge de sociale wetgeving van een andere mogendheid in verband waarmee genoemd ouderdomspensioen is gekort, die uitkering gelijkgesteld met een ouderdomspensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet, voor zover bedoelde uitkering de vorenbedoelde op het ouderdomspensioen toegepaste korting niet te boven gaat. Indien het een gehuwde pensioengerechtigde betreft wordt voor de toepassing van de vorige volzin de korting op de toeslag ingevolge artikel 8 van de Algemene Ouderdomswet dan wel op het ouderdomspensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet van de huwelijkspartner mede in aanmerking genomen.
10. In afwijking van het vierde lid, onder b, wordt de over een uitkering ingevolge de Wet werk en bijstandverschuldigde premie, ingehouden door het orgaan dat die uitkering betaalbaar stelt, welk orgaan de premie afdraagt aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.